Lelijker

Elke keer als ik naar de oude foto’s van mijn ouders keek, uit de tijd dat ze van mijn leeftijd waren, dacht ik dat de mensen vroeger lelijk moeten zijn geweest. Lelijker dan de mensen nu. Bij de zwart-wit foto’s van verjaardagen en feestjes bestudeerde ik vooral de gezichten van de meisjes. Steeds zag ik hoekige hoofden en net iets te grote neuzen. De overdadige, vette make-up leek de lelijkheid juist te accentueren. Het moest iets met de tijd te maken hebben, was mijn idee. Dat de welvaart mensen mooier maakt, want zelfs het bier ziet er schraler uit op die foto’s. Of dat het er elke generatie gewoon mooier op wordt, in de geest van Darwin.
.
Gisternacht liep ik langs de kroegen in de stad. Het was druk buiten. Veel meisjes van mijn leeftijd die een avondje los gingen. Ik liep daar in mijn eentje langs, op weg naar huis. Ik was de buitenstaander, een bijna oude man. Ik bestudeerde de gezichten en ontdekte dat ik er helemaal naast had gezeten. De lelijkheid was helemaal niet verdwenen, het waren dezelfde hoekige gezichten en grote neuzen. Net als hun ouders. Zelfs de make-up was even vet. Slechts drie dingen waren anders dan vroeger: de kleding, de haardracht en de kleuren.
.
Het waren de kleding, de haardracht en de kleuren die me al die tijd voor het lapje hadden gehouden. Nu ik als buitenstaander naar de meisjes keek, zag ik hun moeders. Hun hoofden waren lang niet volmaakt gevormd, zo bleek, maar vol gebreken. Het is lelijk, maar wel mooi lelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *