Werkloos

Heb je het echtpaar wel eens ontmoet dat boven mij woont, die twee opgeblazen rompen met hun kleine, overbodige hoofden en ledematen? Die twee zijn ook werkloos. Praten doen ze al jaren niet meer. Ze openen hun mond alleen nog om er voedsel in te stoppen. Over niet al te lange tijd zullen ze door de vloer komen zakken. Elke dag klinkt hun voetstap doffer, elke dag kraken de balken boven mij iets vervaarlijker. Het zijn brave mensen. Het geld dat ze van staatswege toegestopt krijgen zetten ze braaf om in stront. Twee spijsverteringskanalen zijn ze, twee verbindingsbuizen tussen de overheid en de riolering. Wanneer het hard regent kan de afvoer hun uitwerpselen niet meer aan, zo flink doen ze hun best. De drollen drijven dan beneden door het halletje, over de stoep en door de goot. Dan moeten er twee mannen van de gemeentereiniging komen. Ze hebben lange bamboestokken bij zich, die aan elkaar worden geschroefd. De ene man port daarmee in het riool. ‘Loopt de pap al?’ vraagt hij aan de andere, die in de put staat te kijken. Hij port net zo lang tot de pap weer loopt en het geld weer kan rollen.

.
Deze passage is afkomstig uit het verhaal ‘Buitenlandse dienst’, te vinden in De verhalen van Frans Kellendonk (1995, p. 84/85).

2 gedachten over “Werkloos”

Laat een reactie achter op Suzan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *