Dagboek Oerol

dinsdag 16 juni
.
Op de boot zit een man met een oorbelletje alleen aan een tafel. Hij leest een pocket met de titel Verhalen over mannen. Op een gegeven moment legt hij het boek weg en kijkt hij voor zich uit. We hebben oogcontact. Snel kijk ik een andere kant op terwijl ik het gevoel had dat hij blijft kijken. Ik kus Hilde.
.
We gaan naar het eiland waar het comazuipen zo goed als uitgevonden is. We zitten op een jongerencamping, maar daar is weinig van te merken. Goed, veel twintigers, maar ook dertigers, veertigers en waarschijnlijk ook vijftigers.
Het festivalterrein bevindt zich vlak achter de camping. Terwijl we bezig zijn onze tent op te zetten, luisteren we naar de trompet van Eric Vloeimans. Een buurman die ook bezig is met zijn tent noemt ons ‘handige Harry’s’. Ik zeg hem dat Hilde vooral de handige Harry is. ‘Ik volg enkel en alleen haar aanwijzingen. Dat is de beste manier.’
.
’s Nachts koelt het flink af. Terwijl ’s middags de zon scheen, kunnen we nu wolkjes blazen in de tent.
.
woensdag 17 juni

.
We gaan naar een improvisatieconcert van Vloeimans, Spinvis en een pianist van wie ik de naam niet weet. Het is te zien dat het allemaal ter plekke wordt bedacht, maar het levert wel heel fraaie geluidslandschappen op. Na ongeveer een uur klinkt er het zoveelste applaus. De drie muzikanten overleggen kort. Dan loopt Spinvis naar de microfoon: ‘We kappen’.
.
We bezoeken de voorstellingen De Beer (een Tjechov-bewerking) en Liquid Space, met raar dansende witte figuren en een soort van cybership.
.
Hilde blijkt een wandelend weerstation. Ze zegt dat als het overdag bewolkt is, het ’s nachts warm blijft omdat de bewolking de warmte vasthoudt. De nieuwe buurvrouw spreekt haar tegen en heeft het over een voorspelling van 7 graden in de nacht. Ik koop een extra joggingbroek voor in mijn slaapzak, maar het is niet nodig. Hilde heeft gelijk.
.

donderdag 18 juni

.
We proberen zo vroeg mogelijk kaarten te bemachtigen. Om negen uur staan we bij het festivalterrein. Op de parkeerplaats zit een hele rij mensen. Hilde wil aansluiten bij een echtpaar met een matje. Eigenlijk wil ze ook even mede gebruik maken van het matje. Maar dit stelletje blijkt de eerste in de rij, ze zitten daar al sinds vijf uur. Om Hilde’s poging om voor hun aan te sluiten moeten ze wel lachen. ‘Je bent de eerste die het probeert.’
Uiteindelijk levert het wachten alleen een nummertje op die je ook bij het postkantoor krijgt. We hebben nr. 132 en daarmee zijn de meeste voorstellingen al weer uitverkocht als wij naar de kaartverkoopkassa mogen.
.
We fietsen door de bossen en de duinen. In de verte zien we een groot bord staan met de tekst Candyworld. We hebben geen idee en gaan erop af. Midden in de hoge duinen, achter het grote bord, vinden we een huiskamersetting. Witte tafel, kast en stoelen. In de kast staat thee in kopjes en er is een koekjestrommel. Het lijkt helemaal klaar gezet te zijn voor een middagpauze. We nemen plaats op de stoelen, lezen in onze boeken en eten het snoep dat we mee hebben genomen. Een uur blijven we in de ‘huiskamer’, niemand gezien. We laten een briefje achter in een lade: ‘bedankt voor de gastvrijheid’. Later blijkt dat het een decor was voor een kindervoorstelling.
.
We bezoeken een aantal paspoortvoorstellingen, De Storm van De Noordelingen en het concert van Dio en gelukkig veel The Madd.
.
vrijdag 19 juni
.
Hilde en ik praten bijna de hele tijd met een Noordelijk-accent. Soms lijken we er in te blijven hangen. Dan weten we niet meer hoe we normaal kunnen praten.
.
Tom Pintens zingt de mooiste liedjes, met en zonder beatboxer.
‘Geef die man een podium. Kom op zeg’, reageert Pintens op een schreeuwende oude man die voor het podium rondbanjert met een joint en een likeur in zijn hand.
.
Terschelling is prachtig. De wolken bewegen hier sneller. Als je vanaf de duinen over het eiland kijkt, doet het het zelfs denken aan Nieuw-Zeeland. Al ken ik dat dan weer alleen van de plaatjes.
We verschansen ons weer in duinen, maken foto’s op het winderige strand, twijfelen of het eb of vloed is, zien twee paspoortvoorstellingen en eten tapas in Hoorn. Het is normaal om met meerdere groepen aan een tafel te eten. We weten een mooi hoekje te bemachtigen in het restaurant. Laten blijken er zestig wachtenden te zijn voor een eettafel.
.
’s Avonds een voorstelling van De Appel, mooi locatietheater over een file.
.
zaterdag 20 juni
.
Hilde kent de weg op het eiland beter dan ik. Bij het fietsen rijd ik meestal aan de binnenkant. Soms kom ik per ongeluk met mijn wielen in het zand en moet ik goed bijsturen om niet te vallen.
.
Op de camping leren we dat het Poolse woord voor haring sletje is. Syb van der Ploeg zit op onze camping. Hilde klaagt over haar verbrande neus. Onze gezichten zijn goed verbrand. We maken gekke foto’s met klodders after sun op ons gezicht.
.
We bezoeken een record aantal paspoortvoorstellingen. Onderweg ontdekken we dat de familie Doeksen goed boert op het eiland. De veerdienst, de huizenmarkt (makelaardij) en de fietsen (verhuur) is in handen van de broers en zusters Doeksen. Aan het eind van het eiland zullen ze vast een enorme villa hebben.
.
Een concert van Johan wordt gehouden in een typische boerendisco. Het duurt lang voor de muzikanten op het podium staan. De eerste rij van het publiek bestaat uit tien meisjes (waaronder Hilde) en twee oude, buikige mannen. Het tweetal heeft wel degelijk meer aandacht voor de band dan voor de meisjes naast hun. Ze luisteren aandachtig, maar meezingen doen ze niet. Waarschijnlijk heten ze allebei Johan en zijn ze benieuwd hoe hun naamgenoot klinkt.
.
zondag 21 juni
.
Als ik in de tent een scheet moet laten, zeg ik eerst tegen Hilde: ‘Hoesten!’. Ze begint te hoesten en ik ontspan me.
.
Op de boot terug maak ik mijn eerste sudoku. Hilde legt het me uit, zoals ze zoveel heeft uitgelegd deze week. Het leek me altijd enorm saai, dat puzzeltje, maar nu wil ik alleen maar meer.

3 gedachten over “Dagboek Oerol”

Laat een reactie achter op Suzan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *