Halverwege het dakterras

Ik was bij een barbecue die op een dakterras werd gehouden. De ene helft van de gasten was van exotische komaf. Ze dronken likeur, rookten joints en hadden de macht over de muziek. De andere helft was uit de Hollandse klei getrokken. We dronken bier, rookten sigaretten en praatten over studie, seks en geweld.
Ergens halverwege het dakterras was een onzichtbare scheiding. De allochtonen bakten hun vlees op een wegwerpbarbecue. Dat ging moeizaam want het waren van die grote stukken en de kolen wilden nauwelijks gloeien. De autochtonen bakten kleinere stukken vlees, sneller, op een stalen barbecue op pootjes.
In de eerste uren leefden de groepen volledig langs elkaar heen. Tot een van de allochtonen met iedereen handen begon te schudden omdat hij naar huis ging. Hij moest zijn hond uitlaten, legde hij zonder schaamte uit.
Daar bleef het niet bij.
Een Vietnamees bekende niet veel later dat hij maar vier woordjes van zijn moedertaal kende. Toen was het hoog tijd om naar huis te gaan.

Een gedachte over “Halverwege het dakterras”

  1. Ha, mooi anti-climactisch einde. Leest heel fijn weg dit en ja, ik weet niet. Vind het bijna een fotografisch/cinematografisch stukje – kreeg er heel duidelijk beeld bij.

Laat een reactie achter op Suzan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *