Feed on
Posts
Comments

De robots (2)

De storing is verholpen en de eerste nacht komt eraan. Er moeten mensen opblijven om de koeien naar de robots te leiden.
‘Het werkt het beste als je vreemden de nachtdienst laat draaien,’ zegt de medewerker van de robotfabrikant tegen mijn broer.
‘Hij bijvoorbeeld,’ en wijst mij aan.
Mijn broer heeft al twee jonge gastjes uit de buurt gevraagd.
De medewerker staat op het punt naar huis te gaan en ons alleen te laten met de robots. Maar niet voordat hij met ons (mijn broer, mijn vader, mijn neef en ik) het calamiteitenplan heeft doorgenomen. Hij geeft ons allemaal apart een geplastificeerde kaart waarop staat hoe we de boel moeten resetten. We voeren de stappen een voor een uit, om het een keer gedaan te hebben. Knopje indrukken bij de ene robot, knopje indrukken bij de andere robot, knopje indrukken bij het tanklokaal, op het schermpje kijken. Dan weer naar de ene robot, de andere en opnieuw het tanklokaal. Het is maar goed dat het op een kaart staat, want het is niet te onthouden.
De medewerker trekt zijn overall uit.
‘Nu moeten jullie het zelf kunnen.’
Mijn broer knikt weifelend en kijkt naar de geplastificeerde kaart.
.
Ik slaap op mijn oude kamer. Het huis staat naast de oude melkstal. Altijd werd ik wakker met een machine die tekeerging, slechts een paar meters van mijn bed. Nu word ik wakker en hoor vogels fluiten. De oude melkstal zwijgt en de nieuwe schuur staat een heel eind verderop, aan de andere kant van de oude. Bovendien zijn de robots zes keer stiller dan de machine.
.
‘s Morgens weet een koe te ontsnappen uit de nieuwe schuur. Ze staat bij een open schuifdeuren van de oude stal en kijkt naar binnen. Ze doet een stap vooruit, maar een hek houdt haar tegen. Wel kan ze met haar kop bij de waterbak. Ze neemt grote slokken als we haar komen halen.
Later eist een andere koe al onze aandacht op. Haar uier hangt te laag. De robotarm heeft het meerdere malen geprobeerd, maar hij kan er niet goed bij. Mijn broer en mijn vader weten niet goed wat ze met de koe moeten. Uiteindelijk zetten ze haar achterpoten op een houten blok.
Het wordt langzaamaan weer drukker op de boerderij. Er komen monteurs langs die nog het een en ander moeten regelen, chauffeurs die spullen komen afleveren en mannen met graafmachines die naast de schuur werk moeten verrichten. Ze dragen allemaal rode of blauwe polo’s of shirts met het logo van hun bedrijf. Voordat ze aan het werk gaan, kijken ze vanaf de voergang aandachtig naar de robots. Het zijn mannen die normaal overlopen van stoere praat, maar nu zijn ze stil.
Mijn moeder ligt ziek op bed, zo word mij verteld. Ze heeft overgegeven.
‘Iets verkeerd gegeten,’ zegt mijn vader.
‘Van de stress,’ zegt mijn tante.
.
Het is tijd voor de volgende stap in het proces. De koeien moeten inmiddels gewend zijn aan het nieuwe melken. De bedoeling is dat ze vanaf nu uit zichzelf naar de robot lopen.
‘We blijven een uur uit de schuur weg,’ legt mijn broer uit. ‘Tijd voor andere werkzaamheden. Straks blijven we twee uur weg en zo steeds langer.’
Als we na een uur terugkeren, liggen de meeste koeien in de ligboxen te herkauwen. In de buurt van de robots is het rustig. Mijn broer kijkt op het computerscherm van robot Een. Hij drukt een paar toetsen in. De laatste is tien minuten geleden gemolken.
‘We gaan er een paar halen,’ zegt mijn broer.
.
De derde robot heet Jos. Hij heeft al die tijd stilletjes in een hoek van de schuur in de oplader gezeten. Jos is een mestschuif en lijkt op een krab. Tot nu toe hebben wij zijn werk gedaan met een handmatige mestschuif, maar nu is het toch echt zijn beurt. Jos heeft zijn eigen route. Kevin de stagiair en ik moeten hem goed in de gaten houden en op tijd de hekken die op zijn pad komen openen, opzij schuiven of zelfs omhoog houden zodat hij er onderdoor kan. Jos beweegt langzaam, maar hij gaat voor niets of niemand aan de kant. Hij is een robot die geen genade kent. De koeien zijn zowel nieuwsgierig als bang voor Jos. Maar als hij gekke dingen mocht gaan doen, hebben we de afstandsbediening nog.
.
Laat op de avond eindigen mijn werkzaamheden. Morgen is het weer vroeg dag. Dezelfde jonge gasten draaien weer nachtdienst. Ik zet cola en chocoladerepen voor ze klaar.
De volgende dag is het rustiger. Ik ben alleen over met mijn broer, mijn vader en Kevin de stagiair. Ik heb eelt op mijn handen en ben vermoeid, kan moeilijk nadenken. Er zijn nog maar een paar koeien die de weg naar de robots niet weten te vinden. Jos zorgt nu voor het meeste werk in de schuur, met het openen, opzij schuiven en optillen van de hekken.
Mijn moeder is weer uit bed geklommen. Ze heeft thee gedronken. Brood of beschuit durft ze nog niet aan. Ze ziet er nog bleek uit.
‘Ik ga vanavond naar huis,’ zeg ik tegen mijn broer, die in de nieuwe schuur achter de computer zit en de koeien doorneemt.
‘Dat is goed. Bedankt dat je er was.’
.
Ik ben terug in de stad. Na een paar dagen bel ik mijn ouders op. Ik heb een tijdstip gekozen waarbij ik zeker weet dat ze niet in de melkstal zullen zijn. Maar dan denk ik: de robots! Het had ook eerder gekund. Het kan nu altijd.

5 Responses to “De robots (2)”

  1. Dennis zegt:

    Mooi Willem! Mag ik een keer naar de robots komen kijken? Lijkt me gaaf om te zien! Groetjes Jenny

  2. Je bent altijd welkom. Neem wel laarzen mee!

  3. Ja Stijn, jonge gasten. Ik spreek je over tien jaar :)

  4. [...] van de Wintertuin. Van mijn hand is het verhaal ‘De robots’, een bewerking van dit en dit Modder&Lijm-stukje. . Voor slechts 2,50 euro (inclusief verzendkosten) vindt u deze krant op de [...]

Leave a Reply