Het been

Mijn tante heeft sinds enige tijd last van haar linkerbeen. Overdag gaat het wel, maar ’s nachts, als het been stil ligt, doet het veel pijn. Het komt van binnenuit. Ze wordt er een paar keer wakker van en als ze ’s morgens opstaat lijkt het alsof het been verlamd is. Ze is ervoor naar het ziekenhuis geweest, maar daar kunnen ze nog niet zeggen wat het is. ‘Heel gek,’ heeft de specialist gezegd. Het enige wat hij er op dit moment over kan melden, is dat het een zeldzaam geval betreft. Dat het maar om één been gaat en niet allebei vindt hij ook ‘heel gek’. Hij heeft er geen middeltje voor, ook niet om de pijn te verlichten. Mijn tante heeft vaker lichamelijke klachten waarbij de specialisten haar niet kunnen vertellen wat er aan de hand is. Dat frustreert. Het niet-weten verdubbelt het leed. ‘Als ik de rest van mijn leven met deze pijn moet doen, vind ik dat prima. Maar dan wil ik er wel zeker van zijn dat het niet erger wordt, of dat er iets anders aan de hand is.’
.
Gisteren dacht mijn tante dat ze moest werken. Ze geeft bezigheidstherapie aan verstandelijk gehandicapten die net zelfstandig kunnen wonen. Toen ze op haar werkplek kwam, werd ze raar aangekeken. Er was iets niet goed gegaan met het rooster en ze bleek nog een extra week vakantie te hebben. Van een van haar cliënten, een stevige vrouw van vijfenveertig, bleek een been te zijn geamputeerd. Mijn tante schrok toen ze haar zag. Ze had het niet meegekregen. De vrouw was de laatste tijd al verschillende keren geopereerd aan het been. Het hielp niets, de pijn kwam steeds terug, tot de vrouw het genoeg vond en om amputatie vroeg. Nu moest ze naar het ziekenhuis om de wond te verschonen. Ze lachte naar mijn tante en vroeg of ze met haar mee wilde gaan. Mijn tante kon geen nee zeggen. Een uur later zaten ze in de wachtruimte. De vrouw had moeite met de specialist die de wond verschoonde. De specialist was heel serieus, er kon geen grapje van af, terwijl de vrouw juist behoefte had aan grapjes. De wond werd verschoond, de vrouw zei niets. Mijn tante had een andere kant op kunnen kijken, maar kon het niet laten. Het stompje zag er best goed uit. Toen de specialist weg was, zei de vrouw tegen mijn tante dat ze een andere specialist wilde. Mijn tante gaf het door aan een co-assistent die ze op de gang tegen kwamen. ‘Komt u even mee,’ zei de co-assistent en mijn tante ging met haar mee, terwijl de vrouw in de gang wachtte. Er werd overlegd met de betreffende specialist. De vrouw zou de volgende keer als de wond schoongemaakt moest worden een andere specialist krijgen, zo werd besloten. Mijn tante bracht de vrouw naar huis en toen kon haar extra week vakantie eindelijk beginnen. ’s Nachts werd ze weer wakker van haar linkerbeen.

Een gedachte over “Het been”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *