De intocht (4)

Toen ik in het centrum van Nijmegen woonde, heb ik de intocht min of meer nog een keer gelopen. Nu achter het publiek langs. Eigenlijk twee keer, heen en terug. Met mijn familie had ik afgesproken ter hoogte van Brakkestein. Daar zouden we mijn moeder begroeten. De heenweg naar Brakkestein, tegen de keer in, ging betrekkelijk snel. Het was nog vroeg in de ochtend. Met een bosje gladiolen liep ik achter tribunes, tuinstoelen en geluidinstallaties. Het hele circus was al in werking, maar nog niet op volle kracht. Dat was op de terugweg wel anders. Laat op de middag – mijn moeder had de gladiolen in ontvangst genomen en ik had nog wat biertjes achterover geslagen – wilde ik weer terug naar mijn studentenkamer. Hoewel ik flink door probeerde te lopen, duurde deze tocht meer dan een uur. Steeds werd ik opgehouden. Een paar keer moest ik een zijstraat in en dan een stuk via een parallel gelegen weg, anders zou ik nooit thuis komen. Wat me opviel was dat er ook Vierdaagsewandelaars waren – gemakkelijk te herkennen aan outfit en lastig loopje – die voor deze schaduwweg kozen. Ik kon me voorstellen dat ze met al hun vermoeidheid genoeg hadden van het feestgedruis en nu gewoon zonder veel gedoe de finish over wilden. Van de andere kant: dit was toch waar vier dagen lang geleidelijk aan naartoe was gewerkt? Het hoogtepunt, de extase, een groter podium voor een wandelaar ondenkbaar? Maar daar liepen ze, stilletjes achter duizenden ruggen langs, luisterend naar het gedempte gejoel. Ik moest oppassen dat ik ze niet op de hakken trapte.
.
Ik bel Wilma Nieuw.
‘Dit nummer is niet bereikbaar. U wordt doorgeschakeld.’
Voicemail.
Het telefoonverkeer ligt traditiegetrouw plat tijdens de intocht. Sms-en en voicemails komen pas halve dagen later aan.Wandelaars wordt succes gewenst met de laatste loodjes, terwijl ze al lang en breed over de eindstreep zijn, een medaille op de borst.
Toch probeer ik het nog een keer. Weer voicemail. Ik spreek in. Voor de zekerheid op haar volume.
‘HA MAM, IK DENK DAT DE KANS ZEER GROOT IS DAT IK JE MAG FELICITEREN. KRIJG JE EEN MEDAILLE OF EEN SPELDJE BIJ DE DERTIENDE KEER? EN HOE WAS DE INTOCHT? HEB JE ER NOG IETS SPECIAALS VOOR AANGETROKKEN? WAREN DE BLOEMEN EEN BEETJE TE DRAGEN DAT HELE STUK OF WAREN HET ER NIET ZO VEEL? GOED, IK ZIE JE SNEL. ALS JE UITGERUST BENT. DAN JOEL IK LIVE VOOR JE.’
Later zie ik dat een gemiste oproep heb van mijn moeder. Ze heeft iets ingesproken.
‘IK ZIT NOG OP DE WEDREN EN PAK EEN PILSJE WANT WE HEBBEN HET GEHAALD. HET IS HARTSTIKKE MOOI WEER EN ER WAS GOEIE MUZIEK. DUS ALS JE NOG IETS MOET WETEN, MOET JE MAAR BELLEN MAAR DOE DAT MAAR WAT LATER. OKE, GROETJES.’
.
Geschreven voor Waai Live Zine. We stonden vier dagen op festival Habana in Lent. Elke dag presenteerden we om 19.30 uur een nieuw zine. Kostte slechts een eurootje. Maar dit was de laatste…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *