Kippenkontje

Ik liep met Elske, een vriendin die drie straten verder woont, een willekeurig rondje door de stad. We hadden het over het vel van oude mensen. Ik vertelde haar over het kippenkontje dat ik geleerd heb van mijn oma. We stopten even. Ik deed het voor bij haar. Op haar arm pakte ik met duim en wijsvinger een stukje vel en tilde dat omhoog. Met mijn andere duim en wijsvinger deed ik iets verderop hetzelfde. De twee velletjes duwde ik naar elkaar toe.
Elske vond het grappig, maar ook vies omdat het een kippenkontje voor moest stellen. Ik dacht aan mijn oma, ze is acht jaar dood. Je kon goede kippenkontjes op haar armen maken. Ik heb nooit letterlijk aan een kippenkont gedacht terwijl ik aan haar vel zat.
De oma van Elske leeft nog. Laatst was Elske op bezoek bij haar. Ze was achter de stoel van haar oma gaan staan en had lange tijd zachtjes over haar rug gewreven, in cirkeltjes. Dit ging in stilte, terwijl aan tafel een gesprek gaande was. Elske stelde zich voor dat fysiek contact haar oma goed zou doen. Haar oma was al behoorlijk wat jaren weduwe, misschien was ze na de dood van haar man nooit meer zo lang aangeraakt. Maar na een tijdje wrijven zei haar oma ineens: ‘Schei d’r nou es mee uit!’
‘Zoiets kan ook als gepluk aan je lijf voelen,’ zei ik terwijl we de weg overstaken.
Elske knikte.
‘Misschien is het een generatiekloof.’
Er reed een motor voorbij. We waren bijna bij het beginpunt.
‘Later krijgen we ook van dat losse vel,’ zei ze.
Die gedachte maakte me voor even heel gelukkig. Kippenkontjes. Ik kon nauwelijks wachten.

Een gedachte over “Kippenkontje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *