Opgerolde krant

Hoe het begonnen was wisten we niet meer, maar op de achterbank van het bestelbusje streden wij om een opgerolde krant.
Nog 40 kilometer, zei Joeri die de krant stevig geklemd in zijn knuist hield, hopende dat Dennis en ik het op zouden geven.
Het was mistig en nacht. We waren moe, maar vooral opgefokt. De regels waren vastgesteld. Al was dit het laatste wat we deden, die harde, strak opgerolde bijlage, waar je iemand uitstekend mee slaan kon, moest en zou veroverd worden. Het draaide om techniek en tactiek. Je moest snel zijn en een goede timing hebben. Een hele opgave, want Joeri was scherp en verdedigde de krant met zijn leven.
In het begin werd er nog gelachen. We prikten Joeri in de zij in de hoop dat hij mee zou geven en hij sloeg ons grinnikend met de krant om de oren. We streden samen, Dennis en ik. Fluisterend bespraken we onze strategie.
Tot de stemming omsloeg. We hoefden niet meer naar huis. Die opgerolde krant was waar het enkel en alleen om draaide. Iedereen streed voor zich. Ik viel Dennis net zo goed aan. We vlogen op elkaar als wilde dieren. We beten, sloegen, worstelden, knepen elkaars kelen dicht. Er werden stukken van de krant afgescheurd, maar Joeri hield stand.
Achter het stuur zat Kim. Zwijgend. Even twijfelde ze of ze de bus niet aan de kant moest zetten. Maar ze koos ervoor te doen alsof er niets aan de hand was, het moest vanzelf overgaan. We reden verder.
Toen de bus eindelijk stopte en de deur openging, gooide Joeri de krant naar buiten. Hijgend en met bebloede koppen keken we naar de fijngeknepen papieren op de stoep. Niemand ging er achteraan. We waren verslagen, al wisten we niet door wie of wat. Kim stapte als eerste uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *