Buienradar

Het was vrijdag en het was zes uur geweest. We konden de computers afsluiten en naar huis, maar dat deden we niet. Vanachter onze bureaus keken we naar buiten. Het was donker, maar dankzij de straatverlichting zagen we de regen neerkomen. Het ging hard.
Ik keek op buienradar. Het duurde nog zeker een half uur voor de vlek boven de stad weg zou drijven. We waren allen met de fiets. Ik zag mezelf al doorweekt thuiskomen. Erik en Ron kwamen achter me staan. Erik slaakte een diepe zucht en keerde terug naar zijn plek. Ron bleef iets langer staan, maar ging uiteindelijk ook weg.
We tuurden weer uit het raam. Carolien mompelde iets wat ik niet kon verstaan. Dat deed ze vaker, daarvoor hoefde het niet vrijdag na zessen te zijn.
Dolf kwam met vijf bierflesjes in zijn hand de kamer binnen.
‘Uit de koelkast.’
‘Koelkast?’
‘Ja, die andere, die oude.’
We schoven onze bureaustoelen naar het midden van de ruimte en maakten een kring. Een voor een vertelden we wat de plannen voor vanavond waren. Erik zei dat hij een enorme berg friet ging kopen en dat alleen ging oppeuzelen. Hij wreef in zijn handen terwijl hij dat zei. Dolf moest zaalvoetballen en hoopte eindelijk eens een doelpunt te maken. Ron had afgesproken met vrienden in een kroeg. Carolien zou bij een vriendin een heel slecht tv-programma gaan kijken, waar ze dan samen op konden kankeren. Ik zei dat ik een film wilde zien.
Even waren we stil. Zo zaten we daar. Toen draaide Carolien een rondje op haar bureaustoel en vertelde over de rest van het weekend. Erik wist nog nootjes te liggen. Ron deed een trucje met het bierflesje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *