Twintig jaar

Het maken van fouten is een gezonde bezigheid. Het levert altijd wat op.
In Invisible van Paul Auster vertelt de hoofdpersoon over de tijd dat hij als student in een grote universiteitsbibliotheek in New York werkte. Een klassiek baantje: hij moet de ingeleverde boeken op de juiste plek terugzetten. Hoewel het werk leidt tot interessante vondsten, zoals een boek uit 1670, is het bovenal oersaai. Op een bepaald moment – de hoofdpersoon is rustig tussen de kasten bezig – komt de opzichter, Mr. Goines, naar hem toe. Goines zegt niets, maar gebaart dat hij even mee moet lopen. Twee rijen verder, ergens halverwege, stopt de opzichter. Het is precies op de plek waar de hoofdpersoon twintig minuten eerder een aantal boeken heeft teruggezet. Goines haalt twee boeken uit de kast. Ze stonden niet naast elkaar, er zat een meter tussen. Hij toont de ruggen. De boeken blijken niet op de juiste plek te zijn teruggezet. Het ene boek had op de plaats van de ander moeten staan, en andersom. Door de eentonigheid van het werk heeft de hoofdpersoon een fout gemaakt. Goines vraagt hem goed op te letten, want dit mag nooit meer gebeuren.
‘Als een boek op de verkeerde plek wordt teruggezet, kan hij voor twintig jaar zoek zijn,’ zegt hij. ‘Misschien zelfs voor altijd.’.
Dankzij de fout die de hoofdpersoon maakt en de mogelijkheid dat hij daarmee een boek voor twintig jaar kan laten verdwijnen, begrijpt hij hoe belangrijk het is dat hij zijn werk goed doet. Het werk in de bibliotheek stijgt voor hem in waarde. Ineens ervaart hij macht, over het boek en over de lezers. Maar de opmerking van Goines prikkelt ook zijn verbeelding. Door een kleine, onbewuste handeling kan een boek voor eeuwig zoek raken, terwijl het nog altijd in dezelfde ruimte staat, op slechts een meter afstand van de juiste plek.
Ik heb in mijn studententijd twee bijbaantjes gehad. Ik was postbode en werkte bij een pluimveebedrijf. Bij beide baantjes lag verveling op de loer. Het zal vaker dan één keer gebeurd zijn dat ik bij het kippen lossen een kip teveel in een kooi heb gestopt. Dit zal nooit ontdekt zijn door mijn baas. Ik denk niet dat het om een kwestie van leven en dood ging, maar wel om een kwestie van leven. Ik bepaalde in welke kooi die kip zijn leven voortzette. Dat besef ik me nu pas..
Als postbode heb ik meer dan een keer de post van een hele straat verkeerd ingegooid. De huisnummers klopten, de straatnaam niet. Als ik een envelop in een brievenbus stak, was ik hem in principe kwijt. Soms lukte het nog net om hem met mijn vingers terug te halen, als ik merkte dat ik fout zat. Maar vaker was de envelop al op de deurmat beland. Dan deed ik een briefje door de gleuf waarop stond dat ik per abuis post op het verkeerde adres had bezorgd. Ik had de macht echter volledig uit handen gegeven. Het was de persoon achter die deur die bepaalde of de envelop ooit nog op het juiste adres kwam, al was dat misschien maar één straat verder.

2 gedachten over “Twintig jaar”

Laat een reactie achter op Willem Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *