Overvecht

donderdagavond, grote genade
bang voor van alles en hoe het zal gaan

Overvecht – Spinvis
.
Vroeg op de zondagavond stond ik voor het raam van een slaapkamer in Overvecht, een wijk met cijfers. Ik had een vuilniszak en een rol plakband in mijn handen. Een jonge vrouw met een hoofddoek liep voorbij. Ze zag me niet, maar had me wel kunnen zien, als ze iets omhoog keek. Toen ze uit zicht was, hield ik de zak voor het raam en plakte hem vast.
.
Het was mijn eerste dag in Overvecht. Ik zou me voor een week opsluiten in een rijtjeshuis dat tijdelijk niet werd bewoond. De slaapkamer had geen gordijnen. Het meisje van wie het huis nog heel even was, stelde voor dat ik vuilniszakken voor de ramen zou hangen. Dan werd ik niet in alle vroegte gewekt door het licht. Ik hing drie zakken op en hield het daarbij. Dat het licht nu nog steeds door een deel van het raam zou dringen, nam ik voor lief.
.
Die nacht lag ik in de hoek op een matras op de grond. Ik kon niet slapen en las een Noors boek. Ergens tussen twee en drie viel de middelste vuilniszak naar beneden. Dat gebeurde in een fractie van een seconde, alsof iemand aan de zak had getrokken. Niet lang daarna viel de tweede. Met vermoeide, half dichtgeknepen ogen keek ik naar het raam en wachtte op de derde, maar de derde bleef hangen.
.
Hele dagen zat ik in de studeerkamer achter mijn laptop. De studeerkamer bevond zich aan de achterkant van het huis. Elke keer als ik uit het raam keek, zag ik groepen jongeren voorbij komen. Ze liepen dwars over het pleintje waar ik op uitkeek. Het verbaasde me. Ze liepen daar midden op de dag en altijd in groepjes. ’s Nachts droomde ik dat die jongeren zich verzamelden op het plein. Er stond iets te gebeuren, maar het was onduidelijk wat. Ze hadden allemaal capuchons op, waren onrustig. Op een gegeven moment stormden ze op het huis af waar ik verbleef. Ze klommen tegen de muur, braken door het raam. Ik verstopte me op de wc. Een mes werd door de deur gestoken. De punt van het mes glinsterde. Ik werd wakker.

.
Op de laatste avond was er in de flat aan de overkant een feest aan de gang. In de slaapkamer deed ik mijn trui en shirt uit en hoorde ineens gelach. Het zwelde aan toen ik mijn broek uittrok. Keken ze naar mij? Vanaf het matras tuurde ik naar buiten, maar ik kon niks zien. Voorzichtig kroop ik over de vloer langs de muur naar het raam en ging in de hoek op mijn knieën zitten. Ik zag slingers, verder niets. Misschien keken ze nog steeds de slaapkamer in en zagen ze zelfs mijn bange oog in de hoek. Ik wist het niet, ik had mijn lenzen al uitgedaan.
.
Vlak voor ik Overvecht verliet, kwam het meisje van wie het huis nog heel even was langs. Ik haalde de overgebleven vuilniszak van het raam. Zij vertelde dat de jongeren die in groepjes over het plein liepen op een school in de buurt zaten. Ze waren steeds op weg naar het winkelcentrum of kwamen daar vandaan. Via het pleintje was de kortste route. In de flat aan de overkant hingen de slingers tussen het raam en de gesloten gordijnen. Dat hoefde niets te betekenen, maar het stelde me gerust. Ook omdat er op de vensterbank geen flesjes, blikjes of asbakken stonden. Volgens het meisje was dit een heel rustig deel van Overvecht. Nooit gedoe, geen rare dingen. Als in een dorp. Alleen was er vorig jaar wel iemand doodgeschoten, achter die flat. Dat wel.
 .

2 gedachten over “Overvecht”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *