Slapende pik

Ik vertelde Kiezel dat ik soms een slapende pik heb. Pas nog. Ik zat op de fiets en hij ging verkeerd liggen. Ik merkte het pas toen ik afstapte. Ik liep erbij alsof ik heel nodig moest poepen.
‘Waarom vertel je dat aan mij?’ vroeg Kiezel.
‘Ik weet het niet. Misschien omdat we het een paar keer over slapende lichaamsdelen hebben gehad.’
‘Maar toen hadden we nog iets. En toen ging het nooit over je piemel of iets in die buurt.’
We waren bij mij thuis. We dronken wijn. Ik had een zak pinda’s geopend.
‘Bij jou slaapt er altijd wel iets,’ zei Kiezel. ‘Een voet, een been, een arm, en je piemel dus blijkbaar ook. Het komt omdat jij lang stil kunt zitten.’
‘Heb jij daar dan nooit last van?’ vroeg ik.
‘Ik wil het wel, het is een interessant gevoel, maar ik moet er heel hard mijn best voor doen.’
We keken een film op tv. Kiezel drukte ondertussen met haar ene arm op de andere. Ik vroeg of ik haar moest helpen.
‘Het is beter als je me niet aanraakt, dat weet jij ook.’
Bijna een uur lang hield ze haar armen in dezelfde houding. Op het eind kermde ze van de pijn. Het hielp niet. De onderliggende arm wilde maar niet gaan slapen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *