Klein meisje op de fiets

Live geschreven tijdens de Radio 1-uitzending Dit is de nacht (6 mei 2013)
.
Maaike zat op een bankje op het plein en observeerde een klein meisje op een fiets. Het meisje reed langzaam in cirkels en keek naar de mensen met een blik van ‘ik begrijp jullie allemaal’. Maaike dacht terug aan haar vakantie in de Pyreneeën. Aan het Terra Nova Hotel, aan de roman Het oneindige verhaal die ze daar las.
Thuis zette ze haar voicemail aan. Het was Ton.
Maaike dacht: Morgen is het juiste moment om te beginnen.
.
Haar vader was op de koffie geweest. Hij moest elke keer weer wennen aan het kleine appartement. Hij vertelde over de boerderij. Een koe moest kalven. Een moeizame bevalling, het kalf had het niet gered. Uiteindelijk viel hij stil en keek haar kamer rond. Zijn blik bleef hangen bij de grote boekenkast.
‘Veel boeken,’ mompelde hij.
.
In de douche dacht Maaike: mijn tante is een heks. Denk buiten de lijntjes, buiten de lijntjes. Ton had op de voicemail gezegd: het roer kan nog zes keer om. Ze stapte uit de douche, draaide vijf rondjes in haar nakie en sloeg een handdoek om haar middel. Minder streng zijn, dat had Ton ook gezegd. De Pyreneeën. Het gevoel dat ze daar had moest ze terug zien te krijgen. Ze had een kroeg nodig. Een kroeg die tot laat open zou blijven, niet zoals hier in Zwolle. Mensen observeren. En daarna: dansen.
.
Maaike had haar vader aangemoedigd.
‘Dit boek gaat over een boer.’
Ze haalde de roman uit de kast en gaf het hem. Hij woog het in zijn hand, als een appel. Vervolgens bekeek hij het omslag.
‘Bakker,’ las hij hardop. ‘En dat gaat over een boer?’
Ze had verwacht dat hij het door zou bladeren, maar hij gaf het terug aan haar. Hij ging voor de kast staan en las hardop voor.
‘Claus.’
‘Couperus.’
‘Elsschot.’
‘Marsman.’
Hij haalde zijn schouders op, nam een laatste slok van de koffie.
‘De koeien wachten,’ zei hij.
.
Toen ze het zesde rondje maakte, met de handdoek om haar middel, kwam dat gedicht van Ostaijen kwam in haar op. Dag visserke vis, dag vis, dag lieve vis. Ik moet schrijven, dacht ze. Alles was gevaarlijk. Dit ook, juist daarom. Het werd tijd om te gaan zitten, papier en pen en dan zouden de letters komen. Zaadsmokkel in de hondenfokkerij, herinneringen van een Abraham, een leesontbijt op school. Alles kon, maar ze wist heel goed waar het over moest gaan. Ton had het nog een keer gezegd op de voicemail. Haar vader, met de koeien. Altijd die koeien. Zij was het kleine meisje op de fiets dat cirkels reed op het plein. Ze dacht het allemaal te begrijpen.
.
Een dag na haar boekpresentatie. Het was zonnig. Ze ging lunchen met haar vader. Hij had dat voorgesteld, wat haar zeer verbaasde. Zoiets had hij nooit eerder gedaan. Ze liepen door de binnenstad van Zwolle en op een gegeven moment wees haar vader naar een balkon.
‘Kijk, die is aan het lezen,’ zei hij.
Een vrouw zat in de zon met een boek in haar hand. Goeroe van Elfie Tromp, zag ze.
‘Heb je dat gehoord?’ begon hij tegen Maaike. Hij sprak ineens met luide stem. ‘Dat boek van Maaike Fleuren? Dat is echt een geweldig boek! Herinneringen van een klein kind. Ik heb het net uit!’
Even verderop fluisterde hij tegen haar: ‘Dat is goed voor de verkoop. Niets is er beter dan mond-tot-mond-reclame.’
Ze glimlachte en voor even was ze in de Pyreneeën.
..
Ook hier na te luisteren. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *