Niet durven

1.
Vanmorgen stond ik voor de Kruidvat samen met een jongen te wachten tot de winkel openging. De jongen gaf de medewerkster die de deur opende een hand, noemde zijn naam en zei dat hij stage kwam lopen.
‘O, we dachten al dat je niet meer kwam.’
Ze liep naar buiten en wees hem de bel waar hij ’s morgens op kon drukken, dan zouden ze voor hem opendoen.
‘Loop maar naar achteren, daar verwachten ze je.’
Achterin de winkel opende de jongen een deur en even later klonk door de dunne muur de harde stem van de filiaalmanager.
‘We wisten niet of het vandaag zou zijn, maar het is dus vandaag.’
Ik vroeg me af hoe lang de jongen al buiten had gestaan.
.
2.
Op elke boom in mijn straat was een papier bevestigd waarop gewaarschuwd voor een kattenvergiftiger die actief was in de buurt. De tekst was ondertekend door Binkie.
‘Poot en kopje, Binkie.’
Het was deze vergiftigde kat dus in elk geval niet fataal geworden.
Opmerkelijk vond ik dat Binkie niet opriep om uit te kijken naar de kattenvergiftiger en/of aangifte te doen bij vergiftiging of bij het vinden van het gif. Nee, Binkie schreef dat  katten voorlopig binnen gehouden moesten worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *