IJstijd


Op de boerderij van mijn ouders vond ik een emmer vol met ijs. Ik drukte er mijn vinger op, schopte tegen de zijkant en ging er op staan. Zeker een kwartier lang was ik, gebiologeerd als een kind, in de weer met het bevroren water.
.
We zijn pas net over de helft, maar we kunnen nu al spreken van een echte winter. Eindelijk weer sneeuw en ijs, en dat meer dan een week lang. En nu zitten we weer in een kleine koude golf.
Maar wat is een echte winter? In kinderboeken over de vier seizoenen verbeelden ze de winter steevast met sneeuw en ijs. Dat is wel een heel kort seizoen dan, want hoe zit het met al die andere, warmere dagen tussen december en maart?
.
In de jaren negentig was de winter nog andere koek (en zopie). Althans, in mijn gekleurde herinnering. Wekenlang lag er ijs op de sloten en in de uiterwaarden, en dat betekende: wekenlang ijshockey.
Verder terug, in de jaren vijftig, bestond het woord ‘natuurijs’ nog niet, alles was natuurijs. In het onlangs verschenen boek De Nije Weg, over het leven tussen 1930 en 1960 in de gemeente Beuningen, lees ik dat Beuningen, Ewijk en Weurt ieder hun eigen ijsvereniging hadden. Lidmaatschap kostte 1 of 1,50 gulden per jaar. De vereniging hield wedstrijden in schoonrijden en hardrijden. Langs de ijsbaan klonk muziek, werd eten verkocht en ’s avonds was de baan verlicht. Als het begon te dooien, kon je altijd nog even ijshockeyen.
.
Stilzwijgend is er een enorme verandering aan de gang. Wie herinnert zich nog het nieuws uit november, dat de temperatuur op de Noordpool 20 graden hoger ligt dan normaal?
Vorige week kwam het klimaatvraagstuk bij me op bezoek. In de gootsteen vond ik een wesp die doodleuk richting het aanrecht kroop.
.


Deze column verscheen in De Gelderlander.
Afbeeldingen zijn afkomstig van de website Oudbeuningen.nl.
.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *