Notabele

Wanneer de bezetting goed is, dan krijgt het publiek iets moois te horen. Meestal zijn de kritieken na concerten lovend. Wij moeten er echter voor zorgdragen, dat het niveau zo blijft en mogelijk nog beter wordt. Want het is plezierig zulke positieve dingen over de club te kunnen schrijven.
.
Aldus Ab Bruisten, verenigingsman te Beuningen, in 2003 in het blaadje van fanfare Kunst en Volharding. Vorige week werd hij begraven. In de stukken die over hem verschenen, werd het nog eens opgesomd. Behalve voorzitter van de fanfare was hij actief bij de voetbalclub, de tennisvereniging, het Bevrijdingscomité en de kerk. Een architect, en daarmee een notabele. Een ouderwetse notabele, een uitstervend ras.
.
Ik heb Bruisten nooit echt gesproken en daardoor ook niet echt gekend. Toen ik hoorn speelde bij de fanfare hield ik afstand van het bestuur, net zoals ik op school afstand hield van mijn leraren. Ik zocht geen contact, omdat ik het idee had dat je iets van ze wilde als je contact zocht. Ook had ik niet zoveel met mensen die er boven staan, ik stond er liever tussenin. Ik was me nauwelijks bewust van hoeveel tijd en energie ze er in staken.
.
Toch had ik ook ontzag voor Bruisten. Een keer ving ik op dat hij elke zondag naar Buitenhof keek. Ik keek dat ook omdat ik journalistiek studeerde, maar ik begreep maar de helft van wat er in dat programma werd gezegd. Het vormde mijn beeld van hem.
.
De laatste tijd dacht ik nog weleens aan Bruisten. Ik hoopte dat hij mijn columns las en er iets van vond. Ik hoefde niet te weten of hij dat echt deed, de mogelijkheid was genoeg. Dat is de rol van de notabele. Hij staat er boven. Voor hem doe je je best.

Deze column verscheen in De Gelderlander.
.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *