Bioscoop

Het was een goed idee van mijn gehandicapte zus en dat vond ze zelf ook. ‘Ik ben slim hè!’ Haar meest gebruikte zin, maar dit keer had ze helemaal gelijk. We hadden de bioscoop voor ons alleen.
Terwijl de zon ondraaglijk hard op het dorp scheen en er op de boerderij gekuild werd – zwaarste klus van het jaar – konden wij in de zaal met airco zitten waar we maar wilden.
.
Al een half jaar geleden had ik mijn zus beloofd om een keer samen naar de film te gaan. Telkens kwam er iets tussen, maar dan herinnerde mijn zus me na een tijdje weer fijntjes aan mijn belofte.
.
Het was mijn eerste bezoek aan de bioscoop in Beuningen. Mijn zus pakte de menukaart, die op het tafeltje voor onze stoelen lag, en wees het eerste plaatje aan dat ze zag. Bitterballen, graag. En een cola-light.
Ik liep de zaal uit naar de kassa, maar dat was niet de bedoeling. Je moest bij je stoel op het knopje drukken en dan kwamen ze de bestelling opnemen, ook als er verder niemand in de bioscoop was.
‘Zijn we een servicebioscoop of niet?’ zei de medewerkster vrolijk.
.
Het licht werd gedimd. We zetten de 3D-bril op. Ondanks de jampotglazen van haar eigen bril paste deze er nog wel bij. Terwijl de eerste smurfen over het scherm huppelden, zocht ze naar de bitterballen. Ik hielp haar door de schaal voor haar neus te houden, maar het bleef lastig. Een bal werd pas bij de derde poging in de mosterd gedoopt.
.
De blauwe figuurtjes beleefden allerlei avonturen, maar mijn zus concentreerde zich vooral op één verhaallijn. Smurfin was de boosdoener, veel meer dan Gargamel, en zuslief maakte zich zorgen om Grote Smurf.
Toch kwam het allemaal goed.
.
Op de tandem fietsten we terug. Nog voor we op de boerderij waren, polste ze me voorzichtig voor een volgend uitje.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *