Dochter


.
Bij mijn ouders hangt een foto aan de muur van mij als baby op schoot bij opa. De foto is gemaakt op een zonnige dag in onze tuin. Het is begin jaren 80. We wonen nog op de oude boerderij middenin het dorp, tegenover café De Vrijboom. Ik ben mollig, heb hamsterwangen en ik frons naar de camera.
.
Toen mijn eerste dochter was geboren, werd deze foto gedeeld in de Whatsappgroep van de familie. Om te vergelijken. In de eerste weken had ze veel van me weg. Volgens psychologen heeft dat met evolutie te maken. Pasgeborenen hebben een reden om meer op hun vader dan op hun moeder te lijken. Op moeders zorg kun je altijd wel aan, zij weet meestal wel welk kind van haar is. Van een vader die niets van zichzelf in het nageslacht herkent, moet je de zorg nog maar afwachten. Maar na een tijdje is dat niet meer nodig en verdwijnen de overeenkomsten tussen vader en kind. Zo ging dat ook bij ons. Al mijn kenmerken verdwenen. Ze werd een kopie van mijn vriendin in haar jonge jaren. Het enige van mij wat overbleef was de Claassenneus.
.
Dochter nummer twee, nu ruim drie maanden oud, lijkt nog steeds op mij en het ziet er naar uit dat dit zo blijft. Ze heeft de vormen die ik toen had: hamsterwangen, onderkin en breekbroodbeentjes. Een waar Michelinvrouwtje. Ook haar karakter komt overeen. Ze is rustig, kijkt veel en aandachtig rond, en ze kan zowel fronzen als lachen (nooit iets er tussen in). Ik vind het extra fijn om voor haar te zorgen, maar het doet wel iets met mijn zelfbeeld. Mijn vriendin vatte het samen toen ze een foto van haar naar vrienden appte. “Geen schoonheidsprijs, maar wel een zonnetje in huis!”, schreef ze er onder.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *