Heimat


.
Toen ik een huis zocht in de stad, vroeg mijn vader of ik ook aan de omliggende dorpen had gedacht. Beuningen bijvoorbeeld.
Toen ik mijn trouwplannen bekendmaakte, merkte mijn vader op dat je de plechtigheid tegenwoordig niet meer hoeft te houden in de plaats waar je woont. Het kan ook in Beuningen.
En toen ik een sportvereniging zocht, zei mijn vader dat ik misschien verder moest kijken.
‘Wat dacht je van een club in Malden, Wijchen of… Beuningen?’
.
Mijn vader die tegen mij zegt dat ik verder moet kijken – het klinkt als een goeie grap. Hij is geboren in Beuningen, heeft nooit ergens anders gewoond en zal dat ook niet meer gaan doen. Als hij naar een bedrijf of instantie belt, is het eerste wat hij zegt: ‘Met Claassen uit Beuningen’. Toen hij dit voorjaar vakantie vierde op Terschelling, noemde hij de hoofdweg van het eiland steeds ‘de Van Heemstraweg’.
.
Mijn vader groeide op in een dorp met zo’n 2.000 inwoners. Weurt, Ewijk en Winssen waren destijds van ongeveer vergelijkbare grootte. In ruim zestig jaar zijn de inwonersaantallen van die drie dorpen verdubbeld. Maar Beuningen werd negen keer (!) zo groot. Mijn vader behoort tot de oude kern. Soms denk ik dat hij door die enorme groei zo gehecht is aan zijn dorp.
.
Uiteraard heb ik wat van die hechting meegekregen. Ik lees over Beuningen, schrijf over Beuningen en ik vergelijk op vakantie Rome met Beuningen. Dat gaat nog een generatie verder. Mijn nichtje vroeg eens (ze was toen 3) waar ik woonde.
‘Wat denk je?’
Ze dacht in Beuningen.
Toen ik mijn hoofd schudde, riep ze: ‘Ewijk!’
‘Nijmegen.’
Verwonderd herhaalde ze wat ik zei. Haar wereld werd ter plekke een stuk groter.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *