Poppetjes


Niet alleen in Den Haag gaat het vooral over de poppetjes, ook in Druten. Zo blijkt weer als ik met mijn gezin een bezoek breng aan mijn gehandicapte zus. Eerst krijgen we thee in de gezamenlijke woonkamer, daarna mogen we een kijkje nemen in haar slaapkamer. We bestuderen de foto’s, knuffels en dvd’s. Mijn 2-jarige dochter staart naar het bureau. Het tafelblad is leeg.
‘Waar zijn de poppetjes?’ vraagt ze.
Mijn dochter heeft het goed onthouden. Normaal gesproken staan op het bureau honderdvijftig oude, niet meer verkrijgbare Fisher Price-figuurtjes, gegroepeerd in een halve cirkel. Mijn 42-jarige zus doet alsof ze de vraag niet heeft gehoord. Een bekend politiek trucje.
Dan ben ik het die naar de poppetjes vraagt.
‘Ze mag er toch wel eventjes mee spelen?’
‘Ze zijn met vakantie,’ zegt mijn zus zonder blikken of blozen.
Mijn vriendin bemiddelt. Ouderwets polderen, het werkt. Schoorvoetend haalt mijn zus vijf poppetjes tevoorschijn en geeft ze aan mijn dochter. We gaan terug naar de woonkamer. Mijn dochter zit met de vijf poppetjes voor haar neus. Ze geeft ze namen.
‘Nee, zo heten ze niet,’ zegt mijn zus en ze vertelt hoe ze dan wel heten.
Al snel is mijn dochter het beu. Ze glijdt van de stoel en rent de tuin in. Mijn zus staat meteen op en legt de poppetjes terug op haar kamer.
Later die dag, bij mijn ouders in Beuningen, gaat het over het voorval. Mijn moeder vertelt dat mijn zus de poppetjes vorig jaar nog weg wilde doen. Ze heeft haar toen overtuigd ze te bewaren, voor als haar neefje en nichtjes op bezoek komen.
Mijn moeder raakt niet uitgepraat over de poppetjes. Tot ik uitroep: ‘En nu weer terug naar de inhoud!’
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *