Plat

‘Se slupt al,’ zeg ik tegen mijn moeder.
Het voelt natuurlijk, terwijl ik er toch bewust over heb nagedacht.
Se slupt al.
Normaal zou ik dat nooit zo zeggen. Ik weet niet of het klopt. Of het Bunnings is, of Nimweegs, of niks. Er zijn mensen die het heel strikt nemen, maar hoe meer ik me in de wereld van dialecten verdiep hoe duidelijker het voor me wordt dat het allemaal niet zo strikt is. ‘Piepers’ betekent niet alleen in Maas en Waal aardappelen, ook in Wageningen, Aalten en Den Helder.
.
Taal is vloeiend. Het is constant in beweging. Ik lees een scriptie van een kunstacademiestudent en leer over hyperdialect en diaglossie.
Ook mooi: taalbevriezing. Dat gebeurt soms bij mensen die al heel lang niet meer op de plek wonen waar ze vandaan komen. Ze spreken een taal die niet meer bestaat. Dialect verandert door nieuwe mensen, nieuw werk, door hoe de grote wereld dichterbij komt. Muzikanten die in dialect zingen, eigenen zich de taal toe. Zo zingt Gerard van Maasakkers een mix van meerdere dialecten, een fantasie-Brabants.
.
Ik heb geen idee hoe plat ik praat. Het is net als jezelf terug horen op een geluidsopname. Je herkent iets, maar lang niet alles. Je kunt je moeilijk voorstellen dat jij dat bent. Ik denk altijd dat ik behoorlijk ABN praat, maar mijn vriendin zegt dat ik een duidelijk accent heb. Op mijn werk wordt regelmatig gelachen om mijn uitspraak. Maar mijn buurman zegt juist dat je bij mij niet kan horen dat ik uit de buurt kom. Hij komt zelf uit Nijmegen en dat is wel goed te horen.
Het blijft ongrijpbaar. Mijn dochter spreekt soms met een Gooise ‘R’. Als ik vraag hoe ze daaraan komt, zegt ze: ‘Weet ik niet hoorrr’.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *