Partij


Ik haalde mijn kinderen op in Beuningen. Bij de koffie vroeg ik aan mijn moeder of ze al wist wat ze ging stemmen.
‘Dat duurt nog even.’
‘Maar weet je het al?’
‘Wat denk je?’
‘Ik denk dat je het wel weet, toch?’
‘Misschien.’
Ze begon over het kersverse achterneefje, de honden die weggelopen waren en de diplomauitreiking van mijn zus. Bij ons thuis praten ze niet snel over politiek. Terwijl ze wel altijd op dezelfde partij stemmen.
Althans, dat vermoed ik.
Mijn gedachten dwaalden af naar Jo Janssen. Op feestjes bazuin ik graag rond dat ik op de lijsttrekker van Gewoon Nijmegen stem en dan hoop ik dat ze vragen waarom.
‘Anders kun je net zo goed meteen je portemonnee in de Waal gooien,’ is mijn antwoord. Een citaat van de volkspoliticus, uitgesproken op zijn manier: met een vet aangezet Nijmeegs accent.
Mijn vader liep over het erf met twee emmers melk voor de kalfjes. Ik vroeg of hij al wist welke partij het ging worden. Hij knikte. Meer kreeg ik er niet uit.
Zelf weet ik nog niet wat ik ga stemmen. Ik ben niet van plan het aan de grote klok te hangen, dat heb ik blijkbaar van thuis meegekregen.
Een dag later reed ik opnieuw vanuit de stad naar mijn ouders. In de wei stond een niet te missen bord van de enige lokale partij van Beuningen.
‘Mooi bord,’ zei ik tegen mijn moeder.
‘Welk bord?’

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *