Industrieplein

.
In bus 85 op weg van Nijmegen naar Druten erger ik me dood aan de vier luidruchtige meisjes aan de andere kant van het gangpad. Ze zijn een jaar of 16 en hebben het over kutwijven en mafketels, over dronken en stoned worden en over hoe je je haar moet blonderen. Ze blijven maar praten.
.
De chauffeur wil het Industrieplein oversteken, maar halverwege stopt hij. De bus kan niet verder, de rijbaan is afgezet. De chauffeur moppert op de wegenbouwers die her en der op het kruispunt staan en dat is volkomen terecht. Het is door de werkzaamheden al weken een rommeltje op het kruispunt. Het staat slecht aangegeven waar je wel en niet heen kunt. In mijn auto heb ik vaak zitten vloeken als ik weer om moest draaien of noodgedwongen een verkeerde richting op ging.
.
De chauffeur kijkt in zijn spiegels, rijdt achteruit en staat weer stil. Aan de zijkant van de bus wordt woest getoeterd. “Hé, kalm aan zeg!” roept een van de meisjes naar de auto. Ik heb ook weleens zo achter het stuur gezeten, bonkend op de claxon omdat een vrachtwagen om onbegrijpelijke redenen minutenlang de weg versperde.
.
De chauffeur stapt uit en loopt naar de achterkant van de bus om te vragen of de auto’s daar iets achteruit kunnen. Hij stapt weer in, rijdt achteruit, pakt de goede rijbaan en moet dan wachten tot het weer groen is. Aan de man die vooraan zit vertelt hij dat hij deze dienst eigenlijk nooit heeft en dat hij geen informatie over de wegwerkzaamheden heeft gekregen. Hij geeft flink af op zijn meerdere.
.
Zo staan we daar nog even te koken op het Industrieplein. Ergernis en onbegrip van alle kanten. Een van de meisjes kijkt me vuil aan.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *