Woodstock


.
Er dook een brief op van mijn broer uit Woodstock.
Niet het legendarische festival, maar een plattelandsstadje in Ontario, Canada. De brief dateert van 8 juni 1996. Mijn broer was 19, zat op de Middelbare Agrarische School en verliet die zomer Beuningen voor een stage van acht weken bij een melkveebedrijf.
.
Ik herinner me het nog goed. Ik was 14 en het maakte veel indruk dat mijn broer zo ver weg was en vooral zo lang. Nog nooit in mijn leven was iemand uit ons gezin zo lang weg geweest. Ik trok in die tijd niet veel met hem op, maar toen hij in Canada was miste ik hem enorm. Terwijl de weken voorbij gingen, werd mijn broer – toch al een gesloten jongen – een steeds groter mysterie. Ik weet nog dat ik nerveus was op de dag dat hij terugkwam.
.
De brief beslaat maar liefst vier kantjes. Het is een vreemde ervaring om zoveel woorden van mijn zwijgzame broer achter elkaar te lezen. Het is ook nog eens op een zeer enthousiaste manier geschreven, overdreven bijna, iets wat ik niet van hem herken.
‘De eerste foto’s zijn klaar en zijn schitterend gelukt,’ schrijft hij.
En verderop: ‘De tijd gaat zo snel, ik ben nu al vier weken hier, ik kan het haast niet geloven.’
Eindigend met: ‘Doe iedereen de groeten en zeg maar dat het met mij hartstikke goed gaat.’
.
Vlak voor het einde zit de interessantste passage. Dan spreekt hij ieder van ons gezin persoonlijk aan.
‘Marieke, niet meer op mijn kamer zitten zoeken naar brieven.’
‘Susan, ik ben voor je verjaardag weer terug.’
En wat schrijft hij mij?
‘Mama en Willem, goed trainen voor de Vierdaagse.’
Het stelt me teleur. Zelfs nu nog, na 22 jaar, had ik gehoopt op iets anders, op iets meer.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *