Solo


Vanavond, iets voor achten, klinkt overal in het land vanuit het niets, vanuit een ongekende rust – slechts enkele vogeltjes laten misschien van zich horen – een eenzame trompet. Signaal Taptoe, het begin van de Dodenherdenking. In Beuningen zal een van mijn oud-collega’s van Kunst en Volharding het instrument aan de lippen moeten zetten.
.
Ik heb het geluk gehad, en met mij de fanfare en de rest van de aanwezigen, dat ik als hoornist dit stuk nooit hoefde te spelen. Alle solo’s die ik heb gespeeld, waren geen succes. Vaak kon ik de noten die op het papier stonden best blazen, maar als ik de enige was die speelde, de enige waar iedereen naar luisterde, dan lukte het niet meer.
.
Zo niet bij Twan Aalbers, oud-trompettist bij de Weurtse fanfare. Twee keer speelde hij het Signaal Taptoe. Geen moeilijk partij, vertelt hij. Het zijn natuurtonen, zonder uitschieters.
‘Maar de setting is lastig. Je speelt ’m koud in. Je moet die lange noten zuiver zien te houden.’
Hij oefende het uit ten treure en dan kwam het aan op stalen zenuwen.
.
Het eindigt normaal gesproken zo: na de laatste noot slaan de kerkklokken acht uur en volgt twee minuten stilte, vervolgens speelt de fanfare het Wilhelmus. Ik heb het eens anders meegemaakt. De trompettist was klaar, het was stil, maar na anderhalve minuut begonnen de klokken ineens te slaan. Toen moesten we nog eens twee minuten stil zijn. Voor de klokken dacht ik aan de slachtoffers van de Tweede en ook maar meteen de Eerste Wereldoorlog. Na de klokken dacht ik aan de slachtoffers in voormalig-Joegoslavië, Afghanistan en Irak, en aan mijn opa’s en oma’s. En aan de trompettist, bij wie de spanning in elke noot te horen was geweest. Maar hij had het wel gedaan.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *