Topophilia

Meer nog dan trouwringen en foto’s zorgen geografische locaties voor gevoelens van geborgenheid, rust en geluk. Dit blijkt uit recent Brits onderzoek. Neurowetenschappers van de Universiteit van Surrey haalden proefpersonen door een MRI-scan en onderwierpen ze aan diepte-interviews. ‘Topophilia’ – een woord dat bedacht is door de dichter W.H. Auden – blijkt een aantoonbaar verschijnsel.
.
Mijn ouders hoeven niet onder de scan, zij hebben zeker weten last van ‘topophilia’. Dit wordt al duidelijk als je een blik op hun boekenkast werpt: Kijk op Gelderland, De Nije Weg, Beuningen in oude ansichten, Atlas van het vernieuwde platteland.
.
Zelf ben ik ook onmiskenbaar topophiel. ‘De Waalbrug is thuuskomme,’ zoals we in Nijmegen zeggen. Maar het is bij mij niet per se gericht op mijn eigen omgeving. Ik heb topografie in het algemeen altijd al interessant gevonden. Op de basisschool haalde ik hoge cijfers voor dit vak. Die kennis is behoorlijk vervaagd, maar mijn interesse blijft. Als ik iemand ontmoet, wil ik eerst weten waar hij of zij vandaan komt.
.
In mijn boekenkast zie je dat terug. Romans die zich afspelen in een bestaande stad spreken me aan. Op deze manier worden locaties gevoed met verhalen.
Daar kan ik heel hoogdravend over doen, uiteindelijk heb ik toch ook echt een zwak voor het eigene. Onder meer om die reden ben ik erg enthousiast over De Waren van Daniël Rovers, over drie vrienden die terugkeren naar de plek waar ze elkaar 20 jaar geleden leerden kennen. Inderdaad, Nijmegen. Je hebt me met een zin als deze: ‘Hij wandelt naar het Keizer Karelplein, dat alleen een rotonde kan worden genoemd zoals de oceaan in jongensboeken ‘de grote plas’ heet.’
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

PS: De Waren is natuurlijk veel meer dan alleen een roman over Nijmegen. Lees daarom ook deze recensie van Kees ’t Hart of vindt meer info over het boek bij Rovers’ uitgeverij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *