Groot

Ik belde naar Beuningen, naar mijn ouders, om te vertellen dat hun jongste kleindochter zojuist op het potje had gezeten en een plas had gedaan. Het ging per ongeluk, maar toch. Terwijl ik aan mijn moeder beschreef hoe het zover was gekomen, pakte de betrokkene mijn telefoon af en zei tegen het scherm: “Aaa.”
.
Eigenlijk hoeft voor mij de nadruk daar helemaal niet op te liggen, op het groter worden, op de prestaties die daarbij horen. Straks voelt ze onnodig de druk dat ze iets al moet kunnen. Maar in mijn enthousiasme greep ik mijn telefoon en verkondigde het nieuws alsof ik de loterij had gewonnen. Misschien komt het omdat ik als dorpsverlater Beuningen vooral associeer met opgroeien, met groter worden.
.
De betrokkene zelf, anderhalf jaar oud, heeft een onstuimige drang om te groeien. Ze duldt geen hulp bij het aantrekken van haar laarzen. Liever nog trekt ze de laarzen van haar zus aan, of van haar moeder. Bij het in slaap wiegen zing ik altijd liedjes voor haar, maar driekwart van het repertoire hoeft ze niet meer te horen. Ik zet een liedje in en na twee woorden schudt ze nadrukkelijk haar hoofd. “Neeee.”
.
‘Je had het maar met één ding druk / groter worden / maar wat je ook deed / echt veel ouder werd je niet’, zingt Rowwen Hèze. Zo is het ook met onze kleine. Bij het avondeten kan ze ons niets over haar dag vertellen. De oudste mag het woord nemen, ook namens haar. Maar soms stellen we haar gesloten vragen die ze met een duidelijke ja of nee beantwoordt.
.
Het liefst zou ik dat hele groeien even in de pauzestand zetten, want er komt een moment dat ze niet meer joelend op me afstormt als ik haar ophaal in Beuningen.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.
De regels van Rowwen Hèze komen uit De Peel in Brand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *