Verkiezingen

De envelop met mijn stempas ligt al een week op de onderste tree van de trap. Elke keer als ik naar boven loop, word ik eraan herinnerd dat ik binnenkort weer het rode potlood ter hand moet nemen. Ik weet niet of de trap de beste plek is voor die envelop, maar zo vergeet ik hem in elk geval niet.
.
Het doet me denken aan mijn allereerste verkiezingen, toen ik nog helemaal niet mocht stemmen. Ik was met mijn ouders op bezoek bij de man die alles vergat, mijn opa in het verpleeghuis. Die middag zat hij in een politieke mist. Hij brabbelde aan een stuk door over raadsvergaderingen en stemrondes. Het bracht me op het idee om verkiezingen te houden. Mijn vader legde uit hoe het precies werkte. Ik zocht een stuk papier en knipte daar stembiljetten uit. Ik liet mijn opa streepjes zetten bij de partijen, waarbij ik zijn trillende hand naar het papier begeleidde.
.
Het was niet vreemd dat mijn opa die middag, en vele andere middagen in zijn laatste jaren, met bestuur en beleid bezig was. Politiek zat in hem. In Beuningen had hij zijn eigen partij gehad en hij was een tijdje wethouder geweest. Op de boerderij ging het vaak over politiek.
.
In het verpleeghuis probeerde ik via het naspelen van verkiezingen contact met hem te maken. Ik wilde hem uit die mist trekken, of anders zelf in die mist terechtkomen. Ik wilde dat hij me zag en met me sprak. Het werkte niet. We zaten naast elkaar, maar ook in twee werelden. Ik was nog met de uitslag bezig toen mijn moeder mijn pen afpakte.
‘Zo is het wel genoeg.’
.
Pas later zag ik hoe wrang de situatie was. Maar voor mij was het meer dan een spelletje geweest. Het voelde belangrijk wat ik deed.
.
Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *