Akoestiek

Het is een menselijke variant van de vogeltrek. Elke donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond beweegt een fietsende meute richting Nijmegen. De Van Heemstraweg als slagader naar vertier.

Langs de route ligt ook de boerderij van mijn ouders. Toch merkt mijn moeder weinig van de heenweg. Ze kan binnen de muren van het huis de eau de colognes en deodoranten niet ruiken. Bij de terugweg is dat anders. Als de jongeren zijn leeggedanst en volgetankt, hebben ze geen besef van de akoestiek van het platteland. De wind hoeft maar een beetje goed te staan en mijn moeder kan, liggend op een oor, alles horen met haar andere oor. Het uitgestrekte grasland tussen de boerderij en de weg doet daar niks aan.

Zelf heb ik ook een tijd aan die kant van het huis geslapen, in de tijd dat ik nog te jong was om uit te gaan. Het waren voor mij toekomstgeluiden uit de nacht: het geschreeuw, de vreugdekreten, het geouwehoer, het roddelen, maar ook de serieuze gesprekken, vol twijfels en verlangens en dronken eerlijkheid. 

Toen ik eenmaal oud genoeg was en in benevelde toestand het laatste stuk naar huis aflegde, hield ik me – ondanks de kermis in mijn hoofd – wijselijk stil. Zelfs het gedag zeggen tegen mijn vrienden deed ik fluisterend, in de hoop dat mijn moeder het niet zou horen. Of nog beter: dat ik haar niet wakker zou maken. 

Maar mijn moeder is van nature geen goede slaper. Ze waakt over de nacht. Vaak genoeg stond ze me in haar pyjama in de keuken op te wachten, hoe geruisloos ik de deur ook van het slot had gedaan. 

En zo hoort ze de laatste maanden altijd wanneer de buurjongen thuiskomt. Zijn ‘houdoe’ schalt dan over het veld. Hij heeft het naar zijn zin gehad en is veilig teruggekeerd. Mijn moeder kan zich eindelijk overgeven aan de slaap. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *