Groen

Aantekeningen voor deze column.

Bierflessengroen, spinaziegroen, biljartlakengroen. Het is zo aan het begin van de zomer alle tinten groen. Dat is niet verrassend, maar het valt me op. Misschien komt het door die storm van anderhalve week geleden. Nog steeds liggen bij ons in de buurt takken met bladeren op de stoep. Al zou ik mijn best doen, de kleur groen valt niet te missen. 

Voor een vriend van me moet dit een moeilijke periode zijn. Hij is voor een deel kleurenblind, hij ziet het verschil niet tussen groen en rood. Het is aangeboren en daardoor zit hij voor altijd in het stadium waar mijn 2-jarige dochter nu ook in zit. Zij zegt heel stellig “rood” als ik iets groens aanwijs. Haar tactiek: keihard bluffen. Dat zal voor mijn vriend lastiger zijn. Zeker nu.

Er zijn mensen die het Nederlandse landschap saai vinden. Er zijn mensen die zich zorgen maken over de teloorgang van het landschap. Maar als ik door het buitengebied van Beuningen loop, heb ik genoeg te zien. Ik volg een zwerm kauwen en ga van het ene soort groen naar het andere soort groen. 

Het doet me denken aan de beroemde landschapsschilders. In de kleuterklas van mijn oudste zijn ze momenteel bezig met het thema kunst. Bij een schilderij van Van Gogh had de juffrouw opmerkingen van de kinderen genoteerd. Mijn favoriet: “Vincent gebruikt kleine kwastjes”.

Op de boerderij van mijn ouders kom ik ook ineens allerlei soorten groen tegen. De tractor, de afvalcontainer, het klimrek, de kruiwagen, de achterdeur en het nieuwe tafelkleed. 

Mijn vrouw zei deze week dat mijn ogen goed matchen bij mijn lievelingstrui. “Heb ik dan groene ogen?” vroeg ik. Het is alsof ik al die jaren kleurenblind ben geweest.  

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *