Beloning

In de reserve-slaapkamer van mijn gehandicapte zus staat een kast met daar bovenop tien bokalen keurig op een rij. Soms, als ze niet bij mijn ouders in Beuningen is, loop ik haar kamer even in om ze te bekijken. Het zijn pronkstukken die ze de afgelopen vijftien jaar bij elkaar heeft gewandeld. De Winterserie van de Paschalismars is vaste prik voor haar. Van november tot en met maart loopt ze eens per maand vijf kilometer.  

Zelf heb ik in mijn tienerjaren vier keer de Nijmeegse Vierdaagse uitgelopen. De medailles ben ik kwijt. Dat is jammer, maar niet heel erg. Ik heb de beloning van de Vierdaagse nooit zo speciaal gevonden. Als je voor de derde of vierde keer de tocht der tochten hebt volbracht, ontvang je een zielig groen speldje met een cijfer erop. Daar moet je het mee doen.

Bij de Winterserie van de Paschalismars is dat wel anders. Daar krijg je altijd, mits je een euro extra betaald, een beker. Niet zo’n lullig, plastic geval dat meteen uit elkaar valt, maar een fraai versierde, metalen prijs dat elk jaar anders is van vorm. De ene keer is het een schoen, de andere keer is het een Champions League-achtige cup met een afbeelding van wandelaars erop.  

Deze winter liep ik voor het eerst mee met mijn zus tijdens een van die marsen. Het was aanpoten. De gehandicapten stapten flink door en ook sociaal moest ik vol aan de bak. Mijn zus had van tevoren heel enthousiast gereageerd dat ik mee zou doen, maar tijdens de mars besloot ze de vaste begeleider van de groep gezelschap te houden. Terwijl zij hem de oren van de kop praatte, bleef ik zoeken naar een ander wandelmaatje. 
Mijn eerste bokaal moet nog worden verdiend. 

Deze column verscheen in De Gelderlander. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *