Plakband

Het valt me meteen op als ik bij mijn ouders binnenkom. Op drie plekken op de keukenvloer zit een stuk schilderstape. Dat moeten die kinderen van mij hebben gedaan. Mijn eerste neiging is om het plakband van de tegels af te pulken. Ik zak al door de knieën, maar mijn moeder houdt me tegen. Zij heeft het gedaan, ze wil het zo. 

“Maar waarom dan?” 
Ze spreidt haar armen tussen het aanrecht en het plakband, doet een stap vooruit en achteruit. Als een danseres. 
“Dan weet ik hoeveel ruimte ik in het nieuwe huis heb.”

Er wordt momenteel hard gewerkt aan het nieuwe huis waar mijn ouders hun oude dag zullen slijten. Hij staat tegen de boerderijwoning aan, die door mijn broer en zijn gezin bewoond zal gaan worden. Het is een belangrijke stap in de bedrijfsovername.

Mijn kinderen rennen dwars door de keuken, over het plakband dat ze niet opmerken. Ik spoor ze aan om een spelletje te doen. Ze moeten binnen de grenzen van het plakband blijven, anders worden ze opgegeten door krokodillen. Het is een variant op een spel dat ik hier vroeger speelde. Mijn kinderen kijken naar de tegels waar ze niet mogen komen. 
“Nee,” zegt de oudste beslist. 
Ze gaat het spel niet spelen, het is te eng. 

Als ik zelf tussen de plakbandstroken in ga staan en een paar stappen zet, merk ik dat ik hier nog altijd meer ruimte heb dan in mijn eigen keuken. Ook al gaat het om een verhuizing van slechts een paar meter, toch zal het voor mijn ouders behoorlijk wennen zijn. Het nieuwe huis is gewoon een maatje kleiner. 

Maar de verandering is veel groter dan het verschil in oppervlakte. Het is alsof mijn moeder zich met dat plakband probeert vast te houden aan een situatie die zal verdwijnen.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *