Operatie

‘Ik wil ze terug,’ jammerde mijn dochter twee dagen nadat haar keel-amandelen waren verwijderd. Hoewel ik ze zelf nog heb, kon ik me daar iets bij voorstellen. De leegte die je voelt, het gemis. Mijn meisje van 2,5 durfde bijna niet te slikken. Vanwege de pijn, maar ook vanwege dat onwerkelijke gat in haar keel. Het was niet niks wat ze haar hadden afgenomen. De arts van het CWZ noemde haar amandelen ‘indrukwekkend’.

Vooraf was ze heel ontspannen over de operatie. Thuis speelde ze met het mondkapje dat ze van een verpleegkundige had gekregen om te wennen. Elke dag zette ze het kapje op. ‘Even slaapje doen.’ Ze begreep niet waarom ze naar het ziekenhuis moest, ze voelde zich goed, maar als het moest dan moest het maar. Van haar onrustige, soms angstaanjagende slaapapneu merkte ze zelf weinig.

Op de ochtend van de operatie voorvoelde ze dat het menens was. Ze zei dat ze bij de dokter echt niet in slaap zou vallen. We grinnikten daar nog om, maar toen het zover was streed ze twintig seconden lang voor wat ze waard was tegen de verplegers en het mondkapje. Het gaf een nare aanblik, maar uiteindelijk was ze onder narcose.  

Vier dagen later was de pijn aardig weggezakt en raakte ze steeds meer gewend aan de leegte. Rond het middaguur viel ze in mijn armen in slaap. Ik schrok van de manier waarop. Zo snel sliep ze nooit, bovendien hoorde ik haar bijna niet. Ze ademde geruisloos. Ik moest denken aan alle dingen die verdwijnen en dat daar vaak iets moois voor in de plaats komt. 

Wat na een week overbleef was haar angst om in slaap te vallen. Ze wilde constant dichtbij ons zijn. En ze wilde waterijsjes. Steeds weer waterijsjes. Die waren niet meer nodig, maar ze had de smaak te pakken.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *