Preek

Kerstavond betekende bij ons thuis jarenlang: eten, koeien melken, douchen, omkleden, kerkdienst bijwonen, terug naar huis, saucijzenbroodjes in de oven leggen, saucijzenbroodjes eten en dan de tv aan voor All You Need Is Love

Een traditie binnen deze traditie was het tafelgesprek bij het saucijzenbroodje. Dat verliep ieder jaar hetzelfde. Mijn moeder trapte af door zich enthousiast uit te laten over de overweging – oftewel de preek – van pastoor Harry van Dooren. Vervolgens nam ik het woord om diezelfde preek kapot te recenseren. 

Ik moest toegeven, de insteek van Van Dooren werkte. Hij had iedere kerst een object bij zich waarmee hij een mooi bruggetje maakte naar de toestand in de wereld. Zo herinner ik me een opblaaskerstboom. De pastoor stak de stekker in het stopcontact en de boom blies zichzelf overeind. Het ontbrak in zijn preken niet aan humor, maar op weg naar de conclusie haalde hij altijd God en het geloof erbij, vaak op krampachtige wijze. 

Thuis maakte ik gehakt van de redeneringen van Van Dooren en daarmee van het geloof en de kerk. Niemand luisterde, behalve mijn moeder. Zij schudde moedeloos haar hoofd en verwachtte dat mijn preek over de preek de pubertijd niet zou overleven. Helaas voor haar, ik hield het vol tot ver na mijn 20e.

Terwijl Van Dooren – ondanks zijn pensioen – dit jaar in Beuningen weer de Nachtmis leidt, sla ik inmiddels al aardig wat jaren de kerk over met kerst. Waar ik wel ieder jaar nog wat van meekrijg is het programma over Nederlanders die naar de andere kant van de wereld reizen om daar verliefd te worden en vervolgens Robert ten Brink inschakelen om hun geliefde terug te zien. Zo heb ik toch nog iets om over te zaniken. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

2 gedachten over “Preek”

  1. Leuk. Ik kan me nog herinneren dat hij ooit zijn preek begon met “Als Christus nou eens Christa was”? Dat vond ik mooi. Toch daarna nooit meer geweest hoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *