Groots

Vandaag viert mijn zus dat ze 12½ jaar in het Drutense Thomashuis woont, een kleinschalige woonvorm voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Jubilea zijn belangrijk voor mijn zus, maakt niet uit van wat. Ook als je er niet echt iets voor hoeft te doen, alleen doorlopen en doorleven, is het een mijlpaal en daarmee een reden voor een feestje. 

Eerst dacht ze dat ze een feest voor zichzelf zou krijgen, maar er zijn nog vijf andere bewoners die tegelijkertijd met haar in het Thomashuis kwamen wonen. Die was ze gemakshalve even vergeten. 

Mijn zus denkt groot. Toen ze op het punt stond naar Druten te verhuizen, wilde ze ter afscheid op een platte kar door Beuningen worden rondgereden. Ze zag zichzelf al als een koningin naar de menigte zwaaien. Even hebben we lachend met haar meegefantaseerd en de route voor de kar uitgestippeld. Toen keken we elkaar aan en hebben we het juiste moment afgewacht om het uit haar hoofd te praten. 

Dat is wat we als familie vooral doen: de pret bederven, dingen uit haar hoofd praten. Ik had liever een andere rol vervuld, maar in deze rol groei je vanzelf, het is iets vanzelfsprekends. 

In feite zijn wij de rotzakken, de nee-knikkers. Terwijl we hetzelfde zijn als mijn zus, met die jubilea en dat grootse denken. Als ik naar mezelf kijk: ook ik tel de jaren, ook ik zou weleens alle aandacht willen hebben. Alleen ik kan die gevoelens camoufleren. Ik rem mezelf af, relativeer de boel, zie de beren op de weg. Mijn zus ziet die niet, met haar slechte zicht. Ze is en blijft een kind. Ze doet zich niet anders voor. Wat binnenin haar leeft, komt er in dezelfde vorm uit. Dat is het enige echte verschil tussen iemand met en iemand zonder verstandelijke beperking.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *