Grond

We zijn op weg naar Oss. Net als vroeger zit ik met mijn ouders, broer en zus weer samengepakt in een stuk rijdend blik. Er is niks veranderd. Er is stress. Of we op tijd komen, waar we precies moeten zijn, waar we kunnen parkeren. In de hal van het theater raken we elkaar bijna kwijt in de drukte. We geven onze jassen af bij de garderobe, klimmen de trap op naar het balkon en zoeken de stoelen die voor ons zijn bestemd. De onrust blijft in onze lijven. Pas bij de eerste akkoorden valt er een warme deken over ons heen. 
Rust.
Rowwen Hèze. 

In mijn tienerjaren draaiden we hun cd’s grijs. Thuis, maar vooral op onze spaarzame vakanties. In een huisje tussen de velden in Drenthe luisterden we naar de Limburgse klanken. Gitaar, drums, blazers en natuurlijk de accordeon. We zongen mee, we neurieden mee, we kregen er geen genoeg van.

Ik was altijd de dj van de familie. Ik wilde ze graag iets nieuws laten horen, zonder het op te dringen. Dat was lastig. Vaak hadden ze geen tijd, of geen zin. Ik weet nog dat ik op onze laatste gezamenlijke vakantie Leonard Cohen opzette. Ik dacht dat ze dat wel konden hebben, maar mijn zus vroeg al snel of dat sombere, klagerige gezang af kon. Hup, Rowwen Hèze maar weer op.

In Oss valt me op hoe veelzijdig de band is. Vooral de ballads springen eruit. Goud, NovemberZilverstroatHelenaveen
“Kijk,” zegt mijn broer, “mam zingt ook mee.”  
In de pauze komt het gesprek moeizaam op gang, maar we staan dichtbij elkaar. Vertrouwde lijven vol energie. We zijn niet zo goed in onszelf uiten. 
‘Ze zeggen dat een lied een brug kan zijn, ma. Maar ik zeg dat het ook de grond is waarop we staan,’ schrijft Ocean Vuong in zijn roman. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

2 gedachten over “Grond”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *