Tegenstanders


Spelletjes doen, in tijden van corona is het voor een jong gezin haast onvermijdelijk. De afgelopen week waren we regelmatig in de weer met pionnetjes, kaartjes, schijfjes en een dobbelsteen. Leerzame momenten voor mijn oudste dochter (5). Verlies accepteren vindt ze nog lastig. Maar we maken het haar niet makkelijk en dat werpt vruchten af. Een keertje verliezen verdraagt ze inmiddels. Twee keer achter elkaar is nog te veel. Dan gaat ze jammerend van tafel en dat wekt medeleden op bij de jongste (2). Einde spel. 

Bij mij kwam tijdens het spelen van alles boven. Rikken met mijn ouders bijvoorbeeld. Als ik verloor, legde mijn vader alle kaarten op tafel voor een bespreking waarbij elke slag werd geanalyseerd. Het duurde niet lang voor ze een andere medespeler moesten zoeken. 

Of Kolonisten van Catan met Beuningse vrienden. Niet mijn favoriet, maar zij waren er gek op. Ik was nog niet gewend aan het origineel of de uitbreidingen kwamen al op tafel. Elke seconde van het spel werd opperste concentratie van me verwacht en dan nog ging het me te snel. Op een avond deed ik het zo slecht dat ze uit onbegrip grapjes maakten, waarna ik een uur lang niets tegen ze heb gezegd.

Toch ben ik gezelschapsspellen blijven waarderen. De afgelopen dagen trof het me hoe mooi een spel kan werken, in elk geval voor mij. Bij gebrek aan vreemden veranderen mijn naasten in vreemden. Ze krijgen een andere rol. Maar het gaat nog verder: ik ga heel anders naar ze kijken, los van leeftijd en persoonlijkheid. Mijn dochter zie ik ineens als een ijzersterke, geniepige tegenstander en mijn vriendin als een ongevaarlijke goedzak die ik wat puntjes gun. Met een spel kan ik nog even vooruit in deze moeilijke tijd. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *