Springkussen

Een maand geleden kreeg ik een telefoontje uit Druten. Mijn gehandicapte zus klonk behoorlijk ontdaan toen ze vroeg of ik het nieuws had gehoord ‘van de president’. Het was de eerste keer datik haar het woord ‘president’ hoorde zeggen. Voor vrijwel iedereen kwam deze lockdown onverwacht, maar voor mijn zus – veilig en onwetend in haar kleine wereldje – helemaal. “Ik heb nu een beetje vakantie,” zei ze. Haar stem trilde, dat waren duidelijk niet haar eigen woorden. 

Toch klopt het wel. In het Thomashuis, waar mijn zus met acht andere gehandicapten woont, zijn ze in de vakantiemodus gegaan. Met elke dag een activiteit, van bingo tot boswandeling, en voor de familie een wekelijkse nieuwsbrief met foto’s en verslag. Er is zelfs een springkussen geregeld. Mijn zus klom daar een paar keer op, maar kreeg last van haar heup. Dat heeft iets symbolisch. Ze doet leuke dingen, maar onder pijnlijke voorwaarden: ze ziet niemand van buiten. Mijn zus vindt dat lastiger dan de anderen, omdat ze regelmatig ‘naar huis’ gaat. Of zoals haar begeleider zei: “Bij jullie is er altijd wel een feestje.” 

Vaak wens ik dat mijn zus wat meer meekrijgt van wat er in de wereld speelt, zodat we ook over andere zaken kunnen praten dan alleen huiselijke. Maar in dit geval had het nieuws aan haar voorbij mogen gaan. 

Gelukkig kunnen we met haar videobellen. Dit leverde mooie momenten op toen we met de familie een digitale samenkomst hielden. Mijn zus, die slechtziend is, had niet meteen door dat het met de hele familie was. Elke keer als iemand iets zei en in beeld kwam, slaakte ze een vreugdekreet. Ze bleek tot haar verrassing niet alleen met haar broer te spreken, maar ook met haar andere broer, haar zus, haar vader en haar moeder.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *