Huizen

Op 23 september 1991 duwde ik drie aan elkaar geniete papiertjes door de brievenbus van het gemeentehuis met daarop veertig handtekeningen. Ik vond dat destijds ontzettend veel. Mijn actie richtte zich tegen de groei van Beuningen. Er was toen net begonnen aan de bouw van Den Balmerd. Ik vond dat het dorp groot genoeg was en dat ze moesten stoppen, per direct. 

Typisch: er is heel wat onrecht in de wereld om tegen te strijden en ik koos als eerste verzetsdaad voor dit. Gedreven door een misplaatst nostalgisch gevoel, waarschijnlijk onbewust gevoed door mijn ouders, mijn grootouders en Het Dorp van Wim Sonneveld. 

Het protest leverde me een sticker, een rondleiding door het gemeentehuis en een correspondentie met de burgemeester van zes brieven op. Maar in feite was mijn actie als 9-jarige een grote mislukking. Na Den Balmerd volgde De Heuve, De Beuningse Plas, De Rietlanden en De Hutgraaf. Elke keer als er in Beuningen een paal de grond in gaat, herinnert me dat aan mijn beperkte invloed. 

En dat is, zeker achteraf gezien, maar goed ook. Op dit moment hebben 40.000 Nederlanders geen huis, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Sinds 2010 is het aantal daklozen verdubbeld, onder jongeren van 18 tot 30 jaar zelfs verdrievoudigd. Het woningtekort is opgelopen tot 315.000 woningen. Het nieuwe plan van de gemeente Beuningen om de komende tien jaar 3.000 huizen te gaan bouwen, kan ik dan ook alleen maar aanmoedigen. 

Ik heb een keer uitgerekend dat Beuningen sinds de geboorte van mijn vader acht keer zo groot is geworden. Met het nieuwe plan zal dat voorbij de tien gaan. Dat is misschien jammer, maar we hebben de foto’s en verhalen nog. En ergens in het archief van het gemeentehuis drie aan elkaar geniete papiertjes.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *