Eb

Op het strand van Cadzand, 233 kilometer van hier, bracht ik in de brandende zon een eerbetoon aan de kerk van Ewijk. En meteen ook aan die van Winssen, Horssen, Puiflijk, Batenburg, Afferden, Heumen, Beek en ga zo maar door. Met vliegers en rennende kinderen in de nabijheid en het alles overstemmende geluid van golven, gegil en spattend water werkte ik geduldig en secuur aan een godshuis van zand. 

In het begin hielpen mijn kinderen nog mee. Ze groeven kuilen en sloegen met vlakke handjes tegen een muurtje om hem stevig te maken. Maar de zee lonkte en ze lieten me al snel alleen achter met mijn kerk. Soms is het opmerkelijk eenvoudig om de symboliek van iets in te zien. Daar kwam nog iets bij: het was eb toen ik mijn Heilige Johannes XXIII bouwde. Ik maakte iets waarvan ik wist dat het over enkele uren opgeslokt zou worden door het water. 

Daar in Zeeland had het nieuws me nog niet bereikt dat de kerk van Beuningen juist vaker zijn deuren zou gaan openen. Buiten de vieringen, om tot rust te komen, een kaarsje aan te steken, een praatje te maken met een ander. Een mooi idee. Zou mijn eerbetoon met die kennis er anders uit hebben gezien?

De kerk van Ewijk heb ik maar twee of drie keer in mijn leven bezocht. De strandversie werd dan ook niet bepaald een kopie. Ik nam mijn vrijheid, als een ware kunstenaar. Mijn kerk bleef maar uitdijen en toen we het strand verlieten stond er een heuse Sint-Pieter. Met veertjes en schelpjes op de koepels en torens in plaats van marmeren en gouden tierelantijnen. De kinderen kwamen kijken en moesten toegeven dat hij toch wel erg mooi was geworden. Toen wilden ze gaan. Ik sloeg nog snel een kruisje, al twijfelde ik of ik dat op de goede manier deed. Links, rechts of rechts, links?

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *