Kermis

Soms is het fijn als een evenement wordt afgelast. Ik had dat graag gehad toen ik 14 was. Een afgelaste Beuningse kermis om precies te zijn, net zoals dit weekend. Maar in die tijd was er geen corona. 

Twee weken had ik verkering met Lonneke, een knap meisje uit mijn klas. Lang en blond, afkomstig uit Lindenholt. Niet ik had haar, maar zij had mij verkering gevraagd. De eerste week stonden we wat onwennig bij elkaar, altijd met anderen om ons heen. Ergens heb ik haar toen een kettinkje gegeven.
De tweede week was het herfstvakantie. Ze belde en vroeg of ik meeging naar de kermis in Beuningen. Ze kwam daar speciaal met een vriendin voor uit Lindenholt. Ik had geen zin in die kermis, omdat ik niks met kermissen heb. Straks zat ze in een attractie die over de kop ging en stond ik erbij te kijken omdat ik niet durfde. Na lang aarzelen zei ik dat ik die dag niet kon. Terwijl ik FIFA speelde op de computer, stelde ik me voor dat zij giechelend met een vriendin in een botsauto stapte en even later een suikerspin kocht. Ik had spijt, maar ook weer niet.    

Het is me allemaal zo goed bijgebleven, omdat ze het uitmaakte op de eerste dag na de vakantie. Ik kreeg het kettinkje terug. Ze zei dat ze me niet aan het lijntje wilde houden. Ik kende die uitdrukking nog niet en moest goed nadenken wat ze daarmee bedoelde. Ik dacht aan een hondje.
Het was een hopeloze verkering. We hadden niet eens gezoend. Toen ik haar niet meer had, werd ik pas echt hevig verliefd. Een vorm van zelfkastijding. In de loop van het schooljaar dacht ik nog vaak terug aan de kermis. Dat was vast en zeker de bron van al het kwaad. Als ik daar nu gewoon naartoe was gegaan, of beter: als dat helemaal niet had plaatsgevonden, dan was het nog altijd L hartje W.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *