Capriolen

Mijn oudste heeft eelt op haar handen. Ik schrok een beetje toen ze het trots aan me liet zien, maar ik wist hoe ze eraan kwam. Niet omdat ze tegenwoordig zo vaak en zo grondig haar handen moet wassen. Op het schoolplein staat een groot houten speeltoestel. Aan de onderkant zijn handgrepen geplaatst waarmee kinderen als aapjes van de ene naar de andere kant kunnen slingeren. Elke dag hangt mijn dochter aan die grepen. Eerst kreeg ze blaren, nu heeft ze eelt. 

Als ik diep in mijn geheugen graaf, zie ik het klimrek van De Beundert – mijn basisschool in Beuningen – weer voor me. Een halve boog die in een zandbak stond, als ik me niet vergis. Het onwaarschijnlijke plezier dat die boog gaf. Erop klimmen, eraan hangen, loslaten. Maar zo fanatiek als mijn dochter ben ik nooit geweest. Keer op keer test ze haar lichaam uit. Ze slaat een handgreep over, maakt een halve koprol en meer van dat soort capriolen. Zelfs in het weekend wil ze naar het schoolplein. 

Ze heeft het goed in de klas. De juf vertelde dat de andere kleuters haar vaak knuffelen. Zo vaak, dat de juf bijna medelijden met haar krijgt. Ik heb tegen haar gezegd dat ze het moet aangeven als ze niet geknuffeld wil worden, maar vooralsnog vindt ze het allemaal prima. Het lijkt bijna een reactie op deze coronatijd. Terwijl ik constant moet opletten dat ik genoeg afstand houd van de andere ouders, knuffelt zij er flink op los.

“Papaaa! Kijken!” Daar hangt ze weer, haar beste vriendin aan de andere kant. Ze slingeren naar elkaar toe. Op het punt waar ze elkaar passeren, slaat mijn dochter even haar benen om haar vriendin. Ze giechelen en gaan verder. Dat plezier, ongekend. Misschien wel het mooiste aspect aan het virus is dat het jonge kinderen zoveel mogelijk met rust laat. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Een gedachte over “Capriolen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *