Voorpret

Maandag belde ik precies op het juiste moment naar Druten. Het reclameblok was van start gegaan bij Goede Tijden, waardoor mijn gehandicapte zus de gelegenheid had om aan de telefoon te komen. Ze klonk blij verrast toen ze hoorde wie er aan de andere kant van de lijn zat, we hadden elkaar al een tijdje niet gesproken. 

Na wat ditjes en datjes vertelde ze over een uitje dat over anderhalve week stond gepland. Ze zou op stap gaan met mijn moeder en mijn andere zus. Iets leuks doen, ergens, ze wist nog niet wat. Ik vroeg me af of die twee daarvan op de hoogte waren. Mijn zus kan soms al dagen iets in haar hoofd hebben wat ze nog niet met de buitenwereld heeft gedeeld. Het lijkt een bewuste tactiek, want haar hoofd zegt altijd ‘ja!’, terwijl de buitenwereld weleens heel goed ‘nee!’ zou kunnen zeggen. Ik wilde de voorpret niet drukken en stelde geen kritische vragen. 
 
Tijdens ons belletje zweeg mijn zus over één bepaald onderwerp. Ze was duidelijk niet op de hoogte van de persconferentie die de volgende dag zou plaatsvinden. Ik wist niet wat de premier ging zeggen, maar het zag er slecht uit. Zo was op twee fronten de kans zeer groot dat haar uitje niet door zou gaan. Ik wilde het aanstippen, maar besloot dat toch maar niet te doen. Ik liet haar in haar onwetendheid, al was het maar voor even. 

Mijn zus hing uiteindelijk opmerkelijk snel op, want de reclame was afgelopen. Ook in dat opzicht had ik mijn telefoontje onbewust goed getimed. Ze kan een gesprek soms rekken tot meer dan een half uur, terwijl er niet echt meer iets wordt gezegd. Nu bleef me dat bespaard, al benijdde ik haar wel. Zij was weer terug bij de fictieve problemen van fictieve mensen. Soms verlang ik zelf naar wat meer bewuste en onbewuste onwetendheid. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *