Jungle

Deze week vroeg iemand hoe ver ik van mijn ouders af woon. “Exact één Jungleboek”, antwoordde ik. Dat had wat uitleg nodig. Als ik de auto start om mijn kinderen naar Beuningen te brengen, zet ik de luister-cd van Jungleboek aan. Op het moment dat we bij mijn ouders het erf oprijden, komt het verhaal ten einde. Zo gaat het elke keer. Mijn jongste dochter viel het als eerste op. “Het past precies!”, riep ze.

Inmiddels hebben ze het verhaal van Mowgli al tientallen keren gehoord, maar het verveelt ze niet. Aandachtig luisteren ze naar Bagheera, de panter die het verhaal vertelt. Ik herken de stem van Bram van der Vlugt, die vroeger de echte Sinterklaas was, maar dat weten zij natuurlijk niet. Ze kijken naar buiten, naar hun eigen jungle. Huizen, industrieterrein, het Maas-Waalkanaal, weer huizen, bomen met rode of gele bladeren, weilanden. En op de terugweg een paars-roze hemel.

Het verhaal in de auto brengt mij terug naar de tijd dat ik bij de welpengroep zat van de scouting. De leiding was vernoemd naar Jungleboek-personages: Kaa, Baloe en Bagheera. De karakters strookten niet helemaal met hen. In het verhaal is Kaa een gemene slang, bij de scouting een vriendelijke vader van een van de jongens. Ik heb nooit geweten hoe de leiders in werkelijkheid heetten.

De climax van Jungleboek vinden mijn kinderen het leukst. De jongste kent deze passage woord voor woord. Ik hoor haar op de achterbank synchroon meepraten met Van der Vlugt. Ze kan hem goed bijhouden en legt de klemtoon op de juiste plekken. “Het vuur maakte Shere Khan zó bang, dat hij als een laffe kat wegrende.”  

Dankzij Mowgli weet ik precies hoe lang het duurt voor ik bij mijn ouders ben. 12 minuten en 44 seconden, zegt het schermpje van de cd-speler. Dat is inclusief stoplichten.  

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *