Zandhand

Eerst ontdekte ik dat mijn dochter eelt op haar handen heeft, toen dat mijn tante de handen van mijn oma heeft en nu blijkt mijn moeder een zandhand te hebben. Ik had er nog nooit van gehoord en ik weet ook niet of het woord bestaat, maar mijn moeder heeft een zandhand. “Het is net alsof ik zand in mijn vingers heb”, legt ze uit. Het is een mysterieus en pijnlijk gevoel, waar ze de hele dag door last van heeft. 

Ze vraagt of ik haar wil helpen met de vragenlijst van de fysiotherapeut. Daarvoor moet ze eerst inloggen. Dat is een hele opgave. De muis werkt niet mee, het scherm werkt niet mee en het wachtwoord werkt niet mee. “Jij weet wel hoe het moet”, zegt ze, maar ik ben daar ook niet goed in. Toch slaan we ons er doorheen. 

Dan komen de vragen. Bij elke vraag slaakt mijn moeder een zucht. Voor haar hoeft het allemaal niet, ze wil gewoon geholpen worden. Na elk antwoord springt er een subvraag in beeld: hoeveel, hoe vaak, hoe erg. Mijn moeder vloekt. Het is net alsof ze al op de massagetafel ligt. Ik kijk naar haar zandhand. Er valt niets aan te zien, toch heeft ze er al zeker tien maanden last van. En ze houdt niet eens van het strand, ze gaat altijd naar Drenthe op vakantie.

Bij de vraag of ze hobby’s heeft, denkt ze even na. “Zorgen. Verzorgen.” Ze bedoelt de kleinkinderen, maar misschien ook de buurkinderen, neven en nichten, opa’s en oma’s voor wie ze gezorgd heeft. Maar dat is natuurlijk geen hobby. “Doe maar sporten”, zegt ze. Maar dat is weer een andere vraag, of ze aan sporten doet. “Vul maar wat in.”

Als het formulier eindelijk is verzonden, bedankt ze me nadrukkelijk voor mijn hulp. Bij mijn vertrek staat ze voor het raam te zwaaien, net als vroeger wanneer ik wegfietste naar school. Alleen nu met haar zandhand. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *