De kast van Wout Waanders

Voorgedragen op 20 november 2020 tijdens de coronaproof-bundelpresentatie van Parkplan, het debuut van Wout Waanders

Ruud, Jassin, Bella, Marianne, Marcel,
Dylan, Peter, J. Berkelenmans, Barbara,
Priss, Marie, Sjaak, Vicky, Maarten,
Karin, Cynthia, Sara 
en vele vele anderen

komen niet voor in Parkplan, maar ze komen wel voor in gedichten die Wout ooit aan het papier toevertrouwde. Poëzie die ik onder ogen kwam toen ik hem nog begeleidde, en dat is inmiddels meer dan 5 jaar geleden. 

De dichter werkt gestaag verder, gedicht na gedicht, en dus hoef ik mij daar niet over te verbazen. Toch deed het me vreugde om in Parkplan te lezen over Bibi, over Nathalia en over Tom. Namen als sporen, die terugleiden naar de tijd dat ik met Wout en Oscar Wyers, en later met Wout en Dennis Gaens, in café Beij Ons, Villa Voorstad of het Wintertuinkantoor zat met bier en een stapel papieren. 

Het doet me denken aan het verhaal dat Wout me eens vertelde en dat ik altijd heb onthouden en ook weer aan anderen heb verteld, op momenten dat het toepasselijk was.
Een man bezoekt een kunstenaar en vraagt hem om een bepaalde type vogel te tekenen. De kunstenaar zegt dat hij dat wil doen en noemt zijn prijs. De man betaalt. Een week later komt de man terug en vraagt: ‘En, is de tekening al klaar?’ 
‘O ja, die tekening’, zegt de kunstenaar. 
De kunstenaar pakt een leeg vel papier en tekent daarop in een paar seconden de vogel. De man zegt: ‘Ja hé, maar daar heb ik je niet voor betaald’. De kunstenaar staat op, loopt naar een kast, maakt hem open en dan vallen daar honderden schetsen uit van diezelfde vogel. 
 
Ik weet niet in welke mate dit slaat op Wouts schrijverschap, maar ik denk dat ik aardig wat keren in zijn kast heb mogen kijken. 

Wat me ook wel voor de rest van mijn leven bij zal blijven, is dat ik niet de enige ben die de eigenaardige hobby uit zijn jeugd heeft behouden. Waar Wout al sinds jongs af aan plattegronden met pretparkattracties tekent, daar houd ik al 25 jaar de uitslagen bij van Mari Silenci, een professionele voetbalclub uit Angiesomina, een eiland (voormalig Italiaanse kolonie) voor de Braziliaanse kust. In zijn geheel verzonnen, en nog altijd ben ik bezig die fantasie te laten groeien door hem steeds verder uit te werken. 
Toen Wout zijn idee over zijn chapbook Olifantopia pitchte en vertelde over de plattegronden, kwam ik ook maar meteen uit de kast met mijn voetbalfantasie. Maar Wout is vooralsnog een heel stuk doortastender. Hij weet zijn eigenaardige jeugdhobby op geweldige wijze in te zetten in zijn artistieke werk, dat is bij mij nog niet gelukt, ik heb amper een poging durven ondernemen. 
 
En dan nog iets van Wout dat ik met me meeneem: zijn uitleg over zijn bundel, onlangs prime-time op Radio 1.  
Dat je poëzie kunt vergelijken met pretparkattracties. Als je eruit komt, weet je niet waar het precies over ging, wat het verloop was, maar daar maal je dan niet om, daar denk je niet eens aan, het gaat om de ervaring. Een heel fijne uitleg.  
Ik moet eerlijk bekennen dat ik maar weinig poëzie lees, maar sinds kort lees ik mijn vrouw elke avond voor in bed uit de bundel van Wout. En ja, daar komt ie: zo zijn er toch nog wat attracties in ons bed. 

Wout, gefeliciteerd met je prachtige debuutbundel! Ik hoop nog heel veel van je te lezen -zowel plattegronden als gedichten – en van je te horen. 
Ik wil tot slot een stukje van mezelf voorlezen dat me wel toepasselijk leek. Er komt een naam in voor, liefde, attracties, een dier, Nijmegen en dat godsklere virus. 

Kermis

Soms is het fijn als een evenement wordt afgelast. Ik had dat graag gehad toen ik 14 was. Een afgelaste Beuningse kermis om precies te zijn. Maar in die tijd was er geen corona. 

Twee weken had ik verkering met Lonneke, een knap meisje uit mijn klas. Lang en blond, afkomstig uit Lindenholt. Niet ik had haar, maar zij had mij verkering gevraagd. De eerste week stonden we wat onwennig bij elkaar, altijd met anderen om ons heen. Ergens heb ik haar toen een kettinkje gegeven. De tweede week was het herfstvakantie. Ze belde en vroeg of ik meeging naar de kermis in Beuningen. Ze kwam daar speciaal met een vriendin voor uit Lindenholt. Ik had geen zin in die kermis, omdat ik niks met kermissen heb. Straks zat ze in een attractie die over de kop ging en stond ik erbij te kijken omdat ik niet durfde. Na lang aarzelen zei ik dat ik die dag niet kon. Terwijl ik FIFA speelde op de computer, stelde ik me voor dat zij giechelend met een vriendin in een botsauto stapte en even later een suikerspin kocht. Ik had spijt, maar ook weer niet.    

Het is me allemaal zo goed bijgebleven, omdat ze het uitmaakte op de eerste dag na de vakantie. Ik kreeg het kettinkje terug. Ze zei dat ze me niet aan het lijntje wilde houden. Ik kende die uitdrukking nog niet en moest goed nadenken wat ze daarmee bedoelde. Ik dacht aan een hondje.
Het was een hopeloze verkering. We hadden niet eens gezoend. Toen ik haar niet meer had, werd ik pas echt hevig verliefd. Een vorm van zelfkastijding. In de loop van het schooljaar dacht ik nog vaak terug aan de kermis. Dat was vast en zeker de bron van al het kwaad. Als ik daar nu gewoon naartoe was gegaan, of beter: als dat helemaal niet had plaatsgevonden, dan was het nog altijd L hartje W.

Koop Parkplan bij uw favoriete boekhandel. Meer info >>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *