Knuffel

Terugblikkend op het afgelopen jaar denk ik als eerste aan dat ene huiselijke moment op donderdagmiddag 4 juni te Beuningen. Mijn gehandicapte zus was na vele weken eindelijk weer thuis bij mijn ouders. Ze zat aan tafel en speelde rummikub met mijn dochters, nichtje en neefje. Op een bepaald ogenblik zei ze zomaar uit het niets tegen mijn neefje: “Geef me maar een knuffel”. De jongen van 8 aarzelde even, stapte toen op zijn tante af en legde zijn smalle armen om haar heen. Ik zat aan de andere kant van de kamer en liet het op me inwerken.  

Mijn zus heeft zich verrassend goed door het jaar heen geslagen, met dank aan de zorgzame mensen om haar heen. De impact van de pandemie op haar dagelijkse leven was (en is) enorm, niet te vergelijken met mijn eigen situatie. Het virus is voor haar gevaarlijker, de maatregelen raken haar harder. Het maakt voor mij nog eens duidelijk wat het woord ‘kwetsbaar’ inhoudt.  

Dit jaar leerde ik dat er twee vormen van vrijheid bestaan. De eerste is de bekendste: de vrijheid om als individu te doen wat je wilt. De tweede wordt vaak vergeten: de vrijheid om als burgers gezamenlijk te bepalen hoe en door wie je bestuurd wordt. Die twee vormen botsen al eeuwen en deden dat zeker ook dit jaar. Maar we hebben ze allebei nodig. Mijn zus al helemaal. 

Ik kan elke dag met mijn dochters knuffelen, maar niet met mijn zus. Al negen maanden mag ik mijn armen niet om haar heen leggen. Terwijl ook zij een kind is, alleen in het lichaam van een volwassene. Pas sprak ik haar via de iPad en hadden we het over de jaarwisseling. Daar keek ze erg naar uit. Want: geen vuurwerk, iets waardoor ze om twaalf uur altijd angstig binnenbleef. De botsing der vrijheden valt wat dat betreft uit in haar voordeel. 

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *