Toneel

Rond de feestdagen ontpopte mijn jongste dochter (3,5 jaar) zich tot een ambitieus actrice. Eentje van de realistische school. Een volhouder, een vastbijter. Als methodacting nog niet bestond, had zij het uitgevonden. 

Eerst was ze een moeder. Ze liep vaak fluisterend door het huis en vroeg me vriendelijk doch dringend of ik wat rustiger wilde doen, want haar kinderen lagen te slapen. En dat terwijl ik stilletjes achter mijn laptop zat. “Opa, je moet stil zijn”, zei ze een keer tegen me. Een voor een legde ze haar poppen aan haar borst. De rest van de dag had ze een baby onder haar hemd tegen zich aan geklemd, alsof het kind in een draagzak zat. Toen ze op een ochtend uit bed stapte, zag ik dat ze die baby nog steeds onder haar hemd droeg. 

Na een tijdje begonnen we grapjes te maken over haar moederschap. We zeiden dat het hoog tijd werd om een hondje te zijn en zij nam dat bloedserieus. Ze zakte ter plekke door haar knieën en blafte twee uur achter elkaar. Sindsdien zijn we wat voorzichtiger met onze humor. 

Op een dag werd er een kindeke geboren op aard. “Ik ben baby Ayla”, zei ze en vervolgens hoorden we urenlang alleen maar gekir en andere babygeluidjes. Ze droeg weer rompers en was de hele dag op zoek naar haar speen. “Speen, speen.” Bij mijn ouders in Beuningen moest en zou ze in de kinderstoel. “Ze was heel rustig vandaag, als baby Ayla”, zei mijn moeder toen ik haar op kwam halen. Bij het avondeten deed ze moeilijk. Ik zei dat ze een paar happen moest nemen en koppelde dat aan haar leeftijd. “Hoe oud ben jij?” “Nul.” Gelukkig ging ze nog wel zelf naar de wc.  

Ik weet niet wat het nieuwe jaar ons brengt, maar haar brengt het in ieder geval de kleuterschool. Het is de eerste stap richting de toneelschool.

Deze column verscheen in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *