Einde

De dood is vaak in mijn gedachten. Ik heb lang getwijfeld of ik die zin zo op zou schrijven, want ik wil geen slapende honden wakker maken. Ik weet dat het belachelijk is om te denken dat ik invloed heb op zoiets, maar toch. De harten van de mensen om mij heen kloppen nog en dat wil ik graag zo houden.

In de Netflix-documentaire Dick Johnson is dead – een van de mooiste films die ik afgelopen jaar zag – laat een filmmaker haar 86-jarige vader doodgaan. Talloze keren. Hij valt van de trap, krijgt een printer op zijn hoofd, glijdt uit op straat. Het is allemaal in scene gezet, met behulp van stuntmannen. De film is luchtig, maar de ernst en de pijn zijn nooit ver weg. Ook omdat de vader begint te dementeren. 

Als kind had ik het moeilijk met de dood. Als we naar mijn oma in Escharen gingen, dan reisden we af naar de dood. We namen de Graafseweg, staken de Maas over, langs de Mariakapel, de gevangenis en dan linksaf. Bij mijn oma voetbalden we met de familie in de tuin en op straat. Het was vrolijk en gezellig daar, tot ik naar de wc moest. Ik was te oud om iemand mee te vragen. In het donkere halletje stonden opgezette pauwen en fazanten. Ik durfde niet om me heen te kijken. Ook niet naar de trap. Daarboven had mijn opa gelegen. Misschien lag hij daar nog, of liep zijn geest daar rond. Zijn dood maakte indruk. We hadden thuis de begrafenis nagespeeld. Ik lag kaarsrecht op mijn rug op de vloer met mijn handen gevouwen, mijn zus hing huilend over me heen. ’s Nachts had ik nachtmerries.

In de documentaire gaat de vader in een kist liggen. Hij valt in slaap, zijn dochter kijkt toe. Ze nemen afscheid voordat het te laat is. Ze zijn, net als iedereen, op zoek naar acceptatie van het einde. Dan helpt ze hem weer uit de kist.   

Deze column stond in De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *